India2. Metro en fiets

Na een hoop geklungel in verkeerde rijen en zo had ik eindelijk een metromuntje verworven. Het kostte 15 roepie, twintig eurocent. De security-rij om het metrostation verder in te mogen lukte gelukkig in een keer. Maar toen stond ik daar met dat metromuntje. De toegangspoortjes hadden alleen maar een mogelijkheid voor scanpasjes, er was nergens een muntgleuf voor mijn metromuntje. Tja, dat soort onhandigheid, daar sta je dan als wereldreiziger. Gelukkig straalt in dit soort situaties de onhandigheid vermoedelijk zo enorm van mij af, dat er dan altijd wel een aardig iemand komt om mij te redden. ‘Gewoon het muntje bij het paneeltje scannen, dan gaat het poortje open, en dan straks als je uitstapt het muntje in de gleuf van het poortje doen’, zo vertaal ik de moeizaam gevonden Engelse woorden van de behulpzame leeftijdgenoot. Dankbaar vroeg ik de man gelijk ook maar welke van de twee perrons ik moest hebben voor de richting Indraprastha. Hij tuurde langdurig op de foto van de metroplattegrond die ik net had gemaakt, zocht toen zijn leesbril, tuurde nog eens een hele tijd, en concludeerde toen dat ik dezelfde kant op moest als hij. Terwijl we ons naar het perron begaven kreeg ik omstandig uitgelegd hoe ik moest overstappen om op mijn bestemming te komen. Het perron bleek toch het verkeerde. We moesten de andere hebben. Een groot bord daar bevestigde ook nog mijn vermoeden dat ik toch echt niet zou moeten overstappen. De aardige man vroeg het  in het Hindi aan omstanders. Na drie tamelijk lange gesprekjes was zijn conclusie: nee, je hoeft toch niet over te stappen.
Ja, ik ben wat onthand en onhandig in zo’n nieuwe stad. Ik vind het dan leuk om iets te doen wat ik niet vanzelf eenvoudig vind, zoals dus zo’n metro. Maar de aardige helpende man die vermoedelijk zijn hele leven al in deze stad woont weet zelf kennelijk nauwelijks de weg met zijn eigen metrosysteem. Is dat erg?

Dit verhaal is een illustratie van het vermoeden (‘vooroordeel’) dat ik al langer had over dit land: ze zijn hier niet zo efficiënt. Maar is dat erg? De mensen zijn open en vriendelijk. Het hoeft hier alleen niet altijd allemaal via de kortste route. Een beetje rommeligheid vindt men hier ook wel prima. Zolang je maar goed met je gelijken (!) omgaat.

In het begin vond ik de laagdrempeligheid van contact vooral hinderlijk. Iedereen wil een dienst of ding aan mij kwijt. Betjakrijders, schoenpoetsers (ik draag van die kunststof Teva-sandalen), tuktukrijders, straatverkopers, eetstaluitbaters. Allemaal dringen ze zich op, zolang je het als opdringen ervaart. Inmiddels ga ik al een stuk ontspannener om met al die neringzoekenden. Een groet, kwinkslagje, grapje. En soms toch even duidelijke botheid als me dat voor betrokkene de beste reactie lijkt.

Soms ontkom ik niet aan een vergelijking met China waar ik inmiddels zo’n 130 solofietsdagen heb doorgebracht. Indiërs zijn extravert in het openbare verkeer. Chinezen doen in het openbaar juist introvert. Maar Indiërs spreken redelijk tot goed Engels! Dat maakt contact zóveel makkelijker! Ook opschriften zijn meestal (ook) in het Engels.

Met de reisgroep maakten we vandaag een stadfietstocht. Net zoiets als ik elf jaar geleden deed in Peking en wat voor mij de bakermat werd van mijn Chinafietserij. Delhi is geweldig op de fiets, we hadden een superochtend! Toch vermoed ik dat ik eerder bij het Chinafietsen zal blijven dan dat ik het zou inruilen voor Indiafietserij. Veels te gevaarlijk hier, dat fietsen.

Oja, waarom wou ik nou naar Indraprastha. Nou, daar stroomt de rivier waar deze stad aan gelegen is. Elke grote stad ligt aan een rivier: hier is dat de Yamuna. Daar wilde ik even heenlopen vanaf het metrostation. Dat viel echter niet mee. Ik heb in drie richtingen een eind gelopen in de brandende zon (die overigens werd afgewisseld door korte heftige moessonbuien). Maar geen spoor van een rivier. In arren moede ben ik maar weer teruggegaan naar de metro en heb per (bovengrondse) metro toch de rivier gezien. Gauw die SIM-kaart maar eens kopen voor mobiel internet, en de googlekaart van India downloaden (was ik vergeten in Nederland).

Namasté! Groet van Henk

Aardige helpmeneer!

Aardige helpmeneer!

Per metrostation de ritprijs in roepies vanaf mijn startstation, Karol Bagh.

Per metrostation de ritprijs in roepies vanaf mijn startstation, Karol Bagh.

De Yamuna

De Yamuna

wp-1468845544650.jpg

De eigenaar van het fietstourbedrijf is een Nederlander, vandaar die letters.

De eigenaar van het fietstourbedrijf is een Nederlander, vandaar die letters.

wp-1468845306479.jpg

wp-1468845419407.jpg

Twee woorden waar heel veel ellende achter schuilt: de vrouwenhulplijn.

Twee woorden waar heel veel ellende achter schuilt: de vrouwenhulplijn.

India1. Zondagsgeluk

Zondag rustdag, voor de mensen hier. In de stadshoogtepunten die we vandaag in Delhi bezoeken is het dus druk. Veel stellen en gezinnen. De man meestal kleurloos in een saaie broek met dito overhemd. De vrouw meestal in prachtige kleurige gewaden, een feest voor het oog. Heel veel zondagsgeluk zie je dan op zo’n dag, mensen die hun vrije dag eren met elkaars gezelschap en een mooi uitstapje.

Wat een enorm contrast met de donkere kant van deze stad die zich op deze eerste dag ook al zo opdringt. Bittere bedelarmoede, sloppenwoningen, afschuwelijk verminkte mensen die hun amputaties of handicaps tot troef van hun gebedel verheffen. Ik geef hen niets want dat lost niets op. Ik blokkeer mijn gevoel voor deze mensen want ik weet niet hoe ik er anders mee om moet gaan. Mensen die net zoveel mens zijn als ik, maar die toevallig op de verkeerde plek zijn geboren en nooit mogelijkheden hebben gekregen, of hebben kunnen pakken, om daar bovenuit te stijgen. Zo heftig en indringend als hier heb ik armoede nog niet eerder gezien, zelfs niet in Afrika. Ik heb geen idee voor een oplossing voor deze mensen vandaag. Analytische en abstracte troost ontleen ik alleen aan het feit dat de armoede wereldwijd heel hard terugloopt door de sterke economische groei in Azie en Afrika.

In 1926 werd het kastenstelsel afgeschaft. Iedereen voortaan gelijk, zo idealiseerde de visionaire leider Mahatma Ghandi de toekomst van zijn land. Vandaag was ik in een prachtige Hindutempel uit die optimistische periode, voltooid in de jaren dertig. Ghandi heeft destijds deze tempel ingewijd. De tempel is opgedragen aan het gelijkheidsideaal. Maar idealen verbleken nogal eens in een weerbarstige werkelijkheid. Ghandi werd door een politieke tegenstrever vermoord in 1948, hetzelfde jaar waarin India zich bevrijdde van kolonisator Groot-Brittannië. En nu nog altijd is kaste gewoon kleur. Alle reclameposters in de stad laten mensen zien met de lichtste tinten, want dat is het hoogste ideaal en het geluk. De verschoppelingen die bedelen bij de tempels die ik deze zondag bezocht, zijn zonder uitzondering donker van kleur.

Op het moment dat ik dit schrijf ben ik zo’n 20 uur in dit land. Dus mijn beeld van arm en rijk en van kaste en huid is natuurlijk nog een beetje onwennig. En natuurlijk ben ik nog niet helemaal in balans, na een lange reis, een te korte nachtrust en een intensieve eerste dag. Maar ik deenk toch dat ik ook morgen nog zal vinden dat dit land naast een economische uitdaging ook een enorme sociale uitdaging heeft.

Namasté!

Groet van Henk

wp-1468774671147.jpg

wp-1468774528255.jpg

wp-1468774671148.jpg

wp-1468774528254.jpg

Toeristen 500 roepies (€ 7), Indiase mensen 30 roepies.

Toeristen 500 roepies (€ 7), Indiase mensen 30 roepies.

Niet naar China en niet op de fiets!

Een maand verlof reserveerde ik, met als doel om deze zomer weer in China te gaan fietsen. Maar er gebeurde iets ongebruikelijks: ik kreeg maar geen zin. Toen ik me dat echt realiseerde bedacht ik: maar het hóeft niet!

Dat was een bevrijdende gewaarwording. Ik ga dus níet naar China en ik ga níet fietsen.

Drukte rond een aanstaande verhuizing is een oorzaak dat ik liever wat rustigers wil doen deze zomer. Ik ga begin 2017 ‘nul-op-de-meter’- wonen, ‘groen’. Aan de Mient in Den Haag: de ‘Groene Mient’, zo heet ons project. Met een collectief van 33 huishoudens zijn we zelf opdrachtgever voor de bouw van onze woningen. Heel leuk. En veel vrijetijds-werk, drukte en gedoe. Daarom deze zomer voor mij geen drukke doe-het-zelf- Chinafiets-reis. In plaats daarvan neem ik deel aan een voorgeprogrammeerde groepsreis (níet fietsen!) naar een land waar ik al lang nieuwsgierig naar ben: India. Vandaag, zaterdag 16/7, vertrek ik.

Ik ben van plan om ook tijdens deze reis af en toe wat te schrijven over mijn indrukken en ervaringen. Voorstelbaar is wel dat mijn schrijfbehoefte minder groot zal zijn dan tijdens China-solo-fietsreizen. Reizen in eenpersoons gezelschap is immers bewust gezocht isolement. Zoete eenzaamheid. Dan vind ik het heerlijk om dagelijks een vast ritme van fietsen en schrijven te hebben. Of ik gedurende zo’n India-groepsreis dagelijks wil schrijven weet ik nu nog niet en zal de tijd uitwijzen.

Ik ben trouwens niet de enige die soms fietst in – en schrijft vanuit China. Twee fiets-gezelschappen zijn (los van elkaar) de afgelopen week van start gegaan in Shanghai. Ik attendeer je op hun blogs:

 

Hartelijke groet van Henk Lindner, Chinafietser (maar nu even niet)

18. Vliegveldreflecties

Ik bevind mij in de McDonalds van luchthaven Meilan bij Haikou. Echte koffie! Langzaamaan bereiden mijn lichaam en geest zich voor op een lange 24 uur veevervoer. Ik moet namelijk ook nog overstappen, in Shanghai, dus het gaat een tijdje duren voordat ik veehal nummer 3, Schiphol, zal verlaten en ik weer vooral mens Henk kan worden. Zie overigens vooral geen waardeoordeel in dat beeld van veevervoer. Het is de manier waarop ik er tegenaan kijk: me bijna volledig overgeven aan de processen en procedures die een luchtreiziger moet ondergaan. Ik ben dan niet veel anders dan een koe in een veehal en vrachtwagen. Belangrijk verschil is dat ik wel op de hoogte ben van het beoogde doel van mijn vervoersproces en dat ik daar vrijwillig voor kies. Want ik wil weer naar huis, omdat ik dat met werkgever en privé-omgeving heb afgesproken. Dubbel natuurlijk: ik wil gráág weer naar huis, maar ook zou ik hier nog zo graag eindeloos zorgeloos blijven doorfietsen…

Ecofietsen
Gisteren was een van mijn mooiste dagroutes ooit in China. Tweederde van de rit naar een vliegveldhotel bleek de google-routeplanner uitgezet te hebben over smalle lokale wegen die door prachtige agrarische landschappen voerden, precies zoals ik hoopte op deze route. Kokosplantages, bananenplantages, en verder nog allerhande te oogsten opbrengsten waar ik geen naam bij weet. Bijna geen auto’s, helemaal geen vrachtwagens, totaal geen herrie, wat bijzonder ongebruikelijk is in dit land. Er was alleen de stilte van mijn fiets. Wat een geluk, zo’n superetappe op de laatste fietsdag! Mooie goede onderhouden dorpen en gehuchten waar mensen zo te zien fijn wonen en gelukkig kunnen zijn met hun leven en werk. Beekjes en meren die er brandschoon uitzagen, nul industrie, nergens afval of troep. Ze kunnen het wel, die Chinezen. Kennelijk ziet men gelukkig ook hier de waarde in van zo te leven om zo om te gaan met de eigen omgeving. Er stonden trotse borden (ik bedoel, ik veronderstel dat de bedenkers trots waren) met de duiding “Eco-culture leisure area”.

Kilometers
In totaal 574 fietskilometers maakte ik deze reis, waarvan 307 in de laatste 5 dagen, en dus slechts 269 in de eerste 12 dagen. Gelukkig dus dat ik in de laatste vijf dagen toch nog redelijk wat kon fietsen.

Oud nieuws
Op de heenweg op Schiphol bleek dat mijn nieuwe pedalen (gemonteerd door mijn fietsenmaker) een uiterst ongebruikelijk vastzetsysteem hadden. Ik had niks aan mijn grote steeksleutel die geschikt is voor alle pedalen in Nederland, behalve dus voor mijn nieuwe… Gelukkig bleek de dozenverkopende vliegveldmeneer te beschikken over een passende grote imbussleutel die ik mocht lenen voor de pedalendemontage. Hij was mijn groter redder! Bij een fietsenmaker in Guangzhou kon ik een geschikte imbussleutel kopen voor de terugwegpedaaldemontage. Hopen dat het lukt, straks.

Eindelijk elektroboeklezen
Ik had per ongeluk een zes jaar oude Lonely Planet van China in mijn bagage gestopt. De nieuwe ligt dus nog thuis. Maar ja, zo’n ouwe heb je niks aan onderweg: ik gebruik zo’n gids vooral voor hoteltips in het deel van de steden dat ik aandoe waar Lonely Planet ook geweest is. In Guangzhou trof ik in twee winkels veel Lonely Planet gidsen aan, maar níet die van China… Toen heb ik hem maar als E-boek gekocht. Mijn allereerste E-boek!… Ik vond altijd dat ik moest kunnen kliederen in mijn boeken, ik bedoel, aantekeningen maken. Maar voor zo’n Lonely Planet ben ik nu helemaal om. Wat ontzettend handig, dat hele boek op m’n telefoon! Mijn 900 gram zware overbodige oude papierexemplaar heb ik achtergelaten bij een hostel. Nooit meer een papieren reisgids voor mij! Op mijn tablet kreeg ik hem overigens niet goed gedownload, er werd een extra extensie aan de PDF gekoppeld waardoor het PDF-programma hem niet wilde lezen, en ik kreeg die extensie er niet af met mijn beperkte digitale vaardigheden. Zucht. De Wet van behoud van ellende. Maar gelukkig ging het dus prima op de telefoon.

Digibetisme en digitips
Tot mijn eigen verbazing lukte het me steeds weer om verhaaltjes te tiepen, een paar foto’s erbij te plakken, en dat dan via krakkemikkige wifi- en/of 2G-(!)-verbinding uiteindelijk bij jullie terecht te laten komen. Het is natuurlijk een compleet wonder dat de techniek al die mogelijkheden biedt en dat dat zo eenvoudig gemaakt is dat ook ik er voldoende mijn weg in weet te vinden. Maar er zijn toch een paar app-dingetjes die ik een volgende keer nog (veel) beter kan voorbereiden. Ten eerste: gebruik van een programma met open-street-maps. Dan kun je echt navigeren zonder internet, met alleen inschakelen van de GPS, net als de tomtom in de auto. Een commentator attendeerde me bij een eerdere blog vorige week op een paar adequate apps. Ten tweede: een vertaal-app waar gesprek mee mogelijk is, waar een Chinees dus via mijn scherm-toetsenbordje ook mee overweg kan. Ik kan met de offline Google-translate-app alleen zelf iets schrijven, men kan niet niet mijn apparaat gebruiken om iets terug te tiepen. Sommige mensen hier beschikken over apps waarmee dat wel kan. Dat wil ik ook! En ten derde: volgende keer moet ik echt een karakter-lees-app geïnstalleerd hebben. Dat bestaat allang, maar dat was ik compleet vergeten. Met zo’n app maak je een foto van een Chinese menukaart en dan vertaalt de app compleet wat er op staat. Oh, nu ik dat zo opschrijf, wat zou dat enorm handig geweest zijn! Maar ja, tegelijk zijn dit soort verworvenheden allemaal maar luxe. Acht jaar geleden fietste ik voor het eerst in China. Zonder digitale apparaten. Gewoon op de fiets en met een glimlach. Dan kom je d’r toch ook.

VIP-stalling
Bij voorkeur stal ik mijn fiets ’s nachts op mijn hotelkamer. Dat maakt de kans het grootste dat je de volgende dag ook weer kunt gaan fietsen. Eén keer deze reis lukte het niet en kreeg mijn Gazelle een mooi plaatsje in het afgesloten kantoortje van de receptionistes. De andere keren stond de fiets dus het meest veilig, op de kamer. Ik heb twee samenhangende truken om de kans groter te maken dat het lukt. De eerste is: fiets (met bagage) buiten laten staan bij het inchecken. Dan is men nog nergens op verdacht. De tweede is: na het inchecken naar buiten lopen, fiets pakken, en zonder op- of omkijken naar de lift lopen. Dat is natuurlijk een beetje sneaky. Maar omdat toestemming vragen nu eenmaal betekent dat je de ander ‘weigermacht’ geeft, is zo’n voldongen-feit situatie van gewoon naar de lift lopen veel effectiever om het doel te bereiken: optimale nacht-diefstalpreventie. Ik krijg er dan verder nooit opmerkingen over, ook niet als ik drie dagen in het hotel blijf en zes keer met de fiets in- en uitloop. De pleisterplaats van afgelopen nacht was de eerste ooit waarbij ik actief aangeboden kreeg om de fiets in de kamer te stallen. Dat was dan wel bijna het enige goede aan deze overnachtingsplek. Mogelijk kom ik daar met foto’s nog eens op terug, om met hilaria de firma booking.com te attenderen op een werkelijkheid die zij op hun site toch echt heel anders etaleren…

Kilo’s
Toch nog weer teveel spullen meegenomen. Sommige dingen helemaal niet gebruikt, alleen maar meegesjouwd. Een volgende keer nóg kritischer zijn wat er mee mag.

Dankjewel!
Dankjewel voor het meelezen! Dank aan allen die opmerkingen en commentaren maakten en vragen stelden, ik vond deze reflecties van jullie heel fijn. Ik ben tijdens de reis in het geheel niet ingegaan op jullie bijdragen, vooral omdat ik in zo’n reis steeds heel sterk in het moment gefocusd ben, én sterk bij het ‘eerstvolgende’ volgende moment ben. Ik vind het lastig om dan dialoog op basis van comments aan te gaan. En toch bleven de comments maar komen! Dankjewel, ook aan degenen zonder commentaar maar wel met aandacht voor mijn verhalen. Mij doel van deze reizen is in de eerste plaats natuurlijk om zelf plezier te hebben, en daarnaast om de wereld beter te leren begrijpen. Het helpt mij dan zeer om daar ook iets over op te schrijven, en het stimuleert mij enorm als er mensen zijn die het leuk vinden om te lezen wat ik schrijf.

Dit was de laatste reisbijdrage. Het zit er op. Voor de volledigheid en vooral voor latere aanmelders: je kunt alle bijdragen (alsnog) lezen op http://www.chinafietser.nl, onder het kopje ‘Blog’.

Hartelijke groet van Henk

.
.
image
.
image

.
image

.
image
.
image
.
image
.
image

.
image

17. Li en zo

‘Ik wil graag gebakken rijst met varkensvlees’, zo had ik ingetiept op mijn vertaal-app. Ervaring leerde dat je dan een soort nasi goreng krijgt, gebakken rijst met groente en kleine stukjes vlees. Prima eenvoudig maaltje. Deze keer ging het anders.

Vriendelijk, gedecideerd en toch ook licht onthutst (allemaal mijn interpretatie natuurlijk) zei de jongeman terug in onverwacht goed Engels: ‘But we are muslims’. Ai, suf, dat had ik toch moeten zien aan de keppel-achtige hoofddeksels die zijn oudere collega’s allemaal droegen, en dan had ik ermee rekening kunnen houden dat het onderdeel van hun geloof of cultuur (?) is om geen varkensvlees te eten. ‘You want beef?’, zo bracht de jongen de interactie onmiddellijk een verstandige stap voorwaarts, en ik kreeg prima nasi met rundvlees. Moslims, of tenmisten een deel van hen, maken zich herkenbaar in het straatbeeld. Voor de mannen met het keppeltje; vrouwen hebben meestal een klein zwart hoofddoekje zoals orthodox-christelijke vrouwen in Rusland en Oost-Europa ook wel dragen. Christenen maken zich niet herkenbaar, alleen hun kerken zijn prominent aanwezig in het straatbeeld. Dat wil zeggen, op mijn eerdere reizen. Deze keer heb ik niet één Christelijke kerk gezien.

Ja, China kent dus religieuze diversiteit. Met name het Christendom is enorm in opkomst. Als in een maatschappij alles op zijn kop staat en veranderingen sneller gaan dan jouw eigen ziel kan bijhouden, dan lonkt kennelijk de verlossende lokroep van een eeuwenoude geloofsleer van buiten de eigen maatschappij.
Etnische diversiteit is er in China natuurlijk ook. Anders dan wel eens gedacht wordt hebben ook de 55 onderscheiden etniciteiten naast de dominante Han-Chinenezen (92 procent van de bevolking, vertelt de Lonely Planet me) alle ruimte in de maatschappij. Onder één voorwaarde natuurlijk: geen twijfel aan de alleenheerschappij van De Enige politieke stroming in het land. En dat wringt voor in elk geval, zoals we weten, de Oeigoeren (moslims, trouwens) en de Tibetanen (Boeddhisten, overigens), en trouwens evengoed voor spirituele stromingen die zich onvoldoende voegen naar de structuren zoals de Partij die graag ziet. De paus bijvoorbeeld kan niet als hoogste gezagshebber van (een deel van) de Christenen worden erkend, want de paus is geen lid van de Chinese communistische partij. En de Falun Gong- beweging is volledig de kop ingedrukt. Dat was een snel opkomende boeddhistische beweging die claimde op haar hoogtepunt 100 miljoen aanhangers te hebben. De communistische partij werd zenuwachtig van zo’n aanzwellende ‘macht’, begon hen tegen te werken, en toen waren de mensen van die beweging zo onverstandig daar tegen te protesteren op het Plein van de Hemelse vrede, het heiligdom van de zittende macht in China. Daaarna werd de Falun Gong verboden en gebeurden er nog vele narigheden met leden, zie wikipedia.

Opmerkelijk is dat die hele 8 procent van de bevolking die tot de minderheden wordt gerekend, dus toch zomaar een slordige ruim 100 miljoen mensen, altijd vrijgesteld geweest is van de éénkindpolitiek die de Han-Chinezen henzelf hadden opgelegd.

Op het platteland van Hainan zie je dan ook regelmatig gezinnen met meerdere kinderen. Veel dorpen op het eiland zijn nog volledig gevormd door de oorspronkelijke Li-bevolking van Hainan. Er zijn één miljoen Li’s op het eiland dat een totale bevolking van 8 miljoen mensen heeft. Li’s zijn donkerder dan Han’ers en doen me denken aan mensen uit Vietnam of Thailand, zoals ik die ken uit Nederland (ik ben in Azië alleen maar in China geweest). Ik ben door veel Li-dorpen gefietst: ze zien er idyllisch uit. Financieel vast heel veel armer dan gemiddeld in China, maar zo zou ik ook wel willen wonen en leven, denk ik dan vanaf de buitenkant.

Ik tiep dit stukje in enige naast. Meestal maak is ’s avonds een stukje en verzend dat dan de volgende ochtend. Maar gisteren kwam dat er niet van en nu moet ik doortiepen om nog vóór de hotel-checkout-deadline klaar te zijn. Ik kan me alweer redelijk inspannen met fietsen, maar de conditie blijkt pover te zijn. Dat wist ik voor aanvang van de reis ook wel, maar bij een fysiek ongestoorde fietsreis is dat geen probleem en groei je na een aantal dagen vanzelf naar een prettig (vind ik dan) inspanningsevenwicht toe. De verkoudheidsperikelen stonden dat deze reis een beetje in de weg. En nu is het alweer bijna afgelopen… Vandaag een laatste stuk fietsen, daarna een laatste stuk tiepen, en woensdagavond per vliegtuig weer huiswaarts.

image
.

image
.

image
.

image
.

image

16. Fietslampjes en beursschokken

Een thema dat me steeds meer puzzelt op deze reis is: waarom doet iedereen toch zo nonchalant-zorgeloos bij allerlei bezigheden?!

Geen enkele fietser voert licht in het donker. De meeste brommers ook niet. Veiligheidsriemen zitten in elke auto. Ik heb er voor de aardigheid eens op gelet: bijna niemand draagt hem. Auto’s geven nooit richting aan. Terwijl ze toch echt allemaal dezelfde aanwijzers in hun auto’s hebben als wij. Kinderstoelen zijn een zeldzaam fenomeen. Dreumesen zitten op schoot, drentelen rond, of klimmen zelf op een stoel om ook aan tafel te zitten. Dat doen ze best voorzichtig, dat klimmen. Niemand die er op let, en dan gaat er toch best veel goed bij kinderen. Speeltuintjes zijn er ook in China. Rubberen tegels niet. In de afgelopen decennia zijn er enorm veel huizen gebouwd en zijn de aandelenvolumes die op de beurzen uitstaan verveelveelvoudigd. Huiseigenaren hebben torenhoge hypotheken uitstaan in de verwachting dat de verkoopwaarde altijd zal blijven stijgen en dat ze geen inkomensstroppen zullen leiden. Particulieren speculeren op de beurs tegen de klippen op met geleend geld. Kinderen vanaf een jaar of tien zitten gewoon achterop de scooter. Goed vasthouden aan papa of mama. Onder de tien jaar wordt dat kennelijk toch te gevaarlijk geacht. Tussen de vier en tien jaar staan ze meestal op de treeplank van de scooter, omsloten door de armen van vader of moeder. Onder de vier is dat kennelijk ook te link. Dan kunnen ze alleen mee op de scooter als ze ingeklemd kunnen worden tussen twee volwassenen. Iedereen dondert zijn vuilnis maar overal en nergens maar neer, of verbrandt het soms gewoon voor de deur. Bedrijven lozen de smerigste afvalproducten in de bodem, in het water, of in de lucht. Geen haan die er naar kraait. Nou, een beetje dan, hier en daar ontstaat protest en soms zelfs adequate overheidsreactie.

Maar wat hebben we nou aan deze feitenbrij? Zijn Chinezen dan zo enorm onverantwoordelijk, zit dat in hun genen of in hun cultuur?

Nee, het is veel simpeler. Mensen incasseren graag voordelen en sluiten hun ogen voor nadelen. En in slechts een paar decennia tijd heeft iedereen in dit land enorme voordelen gekregen! Tot de grote omwenteling van 1976 was dit land immers straatarm. Echt straatarm. Er was gewoon helemaal niks en er was nooit wat geweest. Er waren geen auto’s of scooters, geen nette appartementen, geen speeltuintjes, nauwelijks vervuilende fabrieken, er was geen consumptiemaatschappij met bijbehorend afval, er was geen particulier eigendom en al helemaal geen aandelenbeurzen. In anderhalve generatie tijd is het in dit land op alle fronten van helemaal niks naar enorm veel gegaan. Als je al dan die nieuwe verworvenheden in de schoot geworpen krijgt, dan ben je enorm blij met de voordelen daarvan. Dat al dat nieuws ook weer nieuwe nadelen heeft, zoals kansen op dodelijke ongelukken, of op smerig afval dat je dan maar op een zo goedkoop mogelijke wijze buiten het fabrieksterrein dondert, ach, dat zie je dan liever nog maar niet onder ogen.
Er moeten heel wat kalveren verdrinken voordat men putten gaat dempen. Je gaat pas veiligheidsmaatregen treffen, en toepassen, en afdwingen dat ze worden toegepast, als er voldoende risicobewustzijn opgebouwd is in de maatschappij.

Ik heb tweemaal in een bus gezeten op deze reis. Beide keren waren ze wél voorzien van veiligheidsgordels! Dat had ik op eerdere reizen in China nog niet meegemaakt! In één van die bussen werd zelfs een instructievideo afgespeeld waarin het belang van de veiligheidsgordels werd benadrukt, zo werd ook mij overduidelijk op grond van alleen het beeld. Maar ik geloof dat ik de enige was die de gordel daadwerkelijk om deed.

Vorig jaar was er in China voor het eerst sprake van een forse daling van de aandelenkoersen, ik meen 30 procent in een paar maanden tijd (na overigens een stijging van 50 procent in de periode daarvoor). Miljoenen particulieren gingen flink het schip in. En mensen die ongebreideld speculatieve aandelenproducten hadden gekocht met voor een belangrijk deel geleend geld, die zagen hun hele fortuin verdwijnen en konden zelfs eindigen met grote schulden. Een deel van hen kon deze last niet aan. Honderden mensen maakten een eind aan hun leven. De overheid is nu gekomen met eerste maatregelen: de beurs stilleggen als een daling te abrupt is. Maar dat kan niet anders dan een lapmiddel zijn. Ook hier zullen ze uiteindelijk eenzelfde soort bron-totaalaanpak moeten opzetten als in Westerse landen. Verbied malafide speculatieproducten. Pak malafide handelaren aan. Maak de toetredingsdrempels voor particulieren die de beurs op willen, hoger: neem mensen tegen hun eigen onverstandige kortzichtige hebzucht in bescherming.

In twee eerdere blogbijdragen van deze reis deed ik wat hilarisch over de veiligheidshelmen voor bootwerkers (terwijl er overduidelijk nog zoveel gevaarlijke situaties op die boten niet werden aangepakt) en voor plantsoenarbeiders (waarom in vredesnaam een helmplicht bij het onkruid wieden?). Het zijn goedbedoelde pogingen van overheden om dan toch maar iets haalbaars te doen rond veiligheid en risico’s.

Er zal nog decennialang heel veel narigheid gedweild moeten worden terwijl de risico-kranen nog volop open staan.

image

image

image

image

image

image

image