Categorie: China Reis 6, 2016

18. Vliegveldreflecties

Ik bevind mij in de McDonalds van luchthaven Meilan bij Haikou. Echte koffie! Langzaamaan bereiden mijn lichaam en geest zich voor op een lange 24 uur veevervoer. Ik moet namelijk ook nog overstappen, in Shanghai, dus het gaat een tijdje duren voordat ik veehal nummer 3, Schiphol, zal verlaten en ik weer vooral mens Henk kan worden. Zie overigens vooral geen waardeoordeel in dat beeld van veevervoer. Het is de manier waarop ik er tegenaan kijk: me bijna volledig overgeven aan de processen en procedures die een luchtreiziger moet ondergaan. Ik ben dan niet veel anders dan een koe in een veehal en vrachtwagen. Belangrijk verschil is dat ik wel op de hoogte ben van het beoogde doel van mijn vervoersproces en dat ik daar vrijwillig voor kies. Want ik wil weer naar huis, omdat ik dat met werkgever en privé-omgeving heb afgesproken. Dubbel natuurlijk: ik wil gráág weer naar huis, maar ook zou ik hier nog zo graag eindeloos zorgeloos blijven doorfietsen…

Ecofietsen
Gisteren was een van mijn mooiste dagroutes ooit in China. Tweederde van de rit naar een vliegveldhotel bleek de google-routeplanner uitgezet te hebben over smalle lokale wegen die door prachtige agrarische landschappen voerden, precies zoals ik hoopte op deze route. Kokosplantages, bananenplantages, en verder nog allerhande te oogsten opbrengsten waar ik geen naam bij weet. Bijna geen auto’s, helemaal geen vrachtwagens, totaal geen herrie, wat bijzonder ongebruikelijk is in dit land. Er was alleen de stilte van mijn fiets. Wat een geluk, zo’n superetappe op de laatste fietsdag! Mooie goede onderhouden dorpen en gehuchten waar mensen zo te zien fijn wonen en gelukkig kunnen zijn met hun leven en werk. Beekjes en meren die er brandschoon uitzagen, nul industrie, nergens afval of troep. Ze kunnen het wel, die Chinezen. Kennelijk ziet men gelukkig ook hier de waarde in van zo te leven om zo om te gaan met de eigen omgeving. Er stonden trotse borden (ik bedoel, ik veronderstel dat de bedenkers trots waren) met de duiding “Eco-culture leisure area”.

Kilometers
In totaal 574 fietskilometers maakte ik deze reis, waarvan 307 in de laatste 5 dagen, en dus slechts 269 in de eerste 12 dagen. Gelukkig dus dat ik in de laatste vijf dagen toch nog redelijk wat kon fietsen.

Oud nieuws
Op de heenweg op Schiphol bleek dat mijn nieuwe pedalen (gemonteerd door mijn fietsenmaker) een uiterst ongebruikelijk vastzetsysteem hadden. Ik had niks aan mijn grote steeksleutel die geschikt is voor alle pedalen in Nederland, behalve dus voor mijn nieuwe… Gelukkig bleek de dozenverkopende vliegveldmeneer te beschikken over een passende grote imbussleutel die ik mocht lenen voor de pedalendemontage. Hij was mijn groter redder! Bij een fietsenmaker in Guangzhou kon ik een geschikte imbussleutel kopen voor de terugwegpedaaldemontage. Hopen dat het lukt, straks.

Eindelijk elektroboeklezen
Ik had per ongeluk een zes jaar oude Lonely Planet van China in mijn bagage gestopt. De nieuwe ligt dus nog thuis. Maar ja, zo’n ouwe heb je niks aan onderweg: ik gebruik zo’n gids vooral voor hoteltips in het deel van de steden dat ik aandoe waar Lonely Planet ook geweest is. In Guangzhou trof ik in twee winkels veel Lonely Planet gidsen aan, maar níet die van China… Toen heb ik hem maar als E-boek gekocht. Mijn allereerste E-boek!… Ik vond altijd dat ik moest kunnen kliederen in mijn boeken, ik bedoel, aantekeningen maken. Maar voor zo’n Lonely Planet ben ik nu helemaal om. Wat ontzettend handig, dat hele boek op m’n telefoon! Mijn 900 gram zware overbodige oude papierexemplaar heb ik achtergelaten bij een hostel. Nooit meer een papieren reisgids voor mij! Op mijn tablet kreeg ik hem overigens niet goed gedownload, er werd een extra extensie aan de PDF gekoppeld waardoor het PDF-programma hem niet wilde lezen, en ik kreeg die extensie er niet af met mijn beperkte digitale vaardigheden. Zucht. De Wet van behoud van ellende. Maar gelukkig ging het dus prima op de telefoon.

Digibetisme en digitips
Tot mijn eigen verbazing lukte het me steeds weer om verhaaltjes te tiepen, een paar foto’s erbij te plakken, en dat dan via krakkemikkige wifi- en/of 2G-(!)-verbinding uiteindelijk bij jullie terecht te laten komen. Het is natuurlijk een compleet wonder dat de techniek al die mogelijkheden biedt en dat dat zo eenvoudig gemaakt is dat ook ik er voldoende mijn weg in weet te vinden. Maar er zijn toch een paar app-dingetjes die ik een volgende keer nog (veel) beter kan voorbereiden. Ten eerste: gebruik van een programma met open-street-maps. Dan kun je echt navigeren zonder internet, met alleen inschakelen van de GPS, net als de tomtom in de auto. Een commentator attendeerde me bij een eerdere blog vorige week op een paar adequate apps. Ten tweede: een vertaal-app waar gesprek mee mogelijk is, waar een Chinees dus via mijn scherm-toetsenbordje ook mee overweg kan. Ik kan met de offline Google-translate-app alleen zelf iets schrijven, men kan niet niet mijn apparaat gebruiken om iets terug te tiepen. Sommige mensen hier beschikken over apps waarmee dat wel kan. Dat wil ik ook! En ten derde: volgende keer moet ik echt een karakter-lees-app geïnstalleerd hebben. Dat bestaat allang, maar dat was ik compleet vergeten. Met zo’n app maak je een foto van een Chinese menukaart en dan vertaalt de app compleet wat er op staat. Oh, nu ik dat zo opschrijf, wat zou dat enorm handig geweest zijn! Maar ja, tegelijk zijn dit soort verworvenheden allemaal maar luxe. Acht jaar geleden fietste ik voor het eerst in China. Zonder digitale apparaten. Gewoon op de fiets en met een glimlach. Dan kom je d’r toch ook.

VIP-stalling
Bij voorkeur stal ik mijn fiets ’s nachts op mijn hotelkamer. Dat maakt de kans het grootste dat je de volgende dag ook weer kunt gaan fietsen. Eén keer deze reis lukte het niet en kreeg mijn Gazelle een mooi plaatsje in het afgesloten kantoortje van de receptionistes. De andere keren stond de fiets dus het meest veilig, op de kamer. Ik heb twee samenhangende truken om de kans groter te maken dat het lukt. De eerste is: fiets (met bagage) buiten laten staan bij het inchecken. Dan is men nog nergens op verdacht. De tweede is: na het inchecken naar buiten lopen, fiets pakken, en zonder op- of omkijken naar de lift lopen. Dat is natuurlijk een beetje sneaky. Maar omdat toestemming vragen nu eenmaal betekent dat je de ander ‘weigermacht’ geeft, is zo’n voldongen-feit situatie van gewoon naar de lift lopen veel effectiever om het doel te bereiken: optimale nacht-diefstalpreventie. Ik krijg er dan verder nooit opmerkingen over, ook niet als ik drie dagen in het hotel blijf en zes keer met de fiets in- en uitloop. De pleisterplaats van afgelopen nacht was de eerste ooit waarbij ik actief aangeboden kreeg om de fiets in de kamer te stallen. Dat was dan wel bijna het enige goede aan deze overnachtingsplek. Mogelijk kom ik daar met foto’s nog eens op terug, om met hilaria de firma booking.com te attenderen op een werkelijkheid die zij op hun site toch echt heel anders etaleren…

Kilo’s
Toch nog weer teveel spullen meegenomen. Sommige dingen helemaal niet gebruikt, alleen maar meegesjouwd. Een volgende keer nóg kritischer zijn wat er mee mag.

Dankjewel!
Dankjewel voor het meelezen! Dank aan allen die opmerkingen en commentaren maakten en vragen stelden, ik vond deze reflecties van jullie heel fijn. Ik ben tijdens de reis in het geheel niet ingegaan op jullie bijdragen, vooral omdat ik in zo’n reis steeds heel sterk in het moment gefocusd ben, én sterk bij het ‘eerstvolgende’ volgende moment ben. Ik vind het lastig om dan dialoog op basis van comments aan te gaan. En toch bleven de comments maar komen! Dankjewel, ook aan degenen zonder commentaar maar wel met aandacht voor mijn verhalen. Mij doel van deze reizen is in de eerste plaats natuurlijk om zelf plezier te hebben, en daarnaast om de wereld beter te leren begrijpen. Het helpt mij dan zeer om daar ook iets over op te schrijven, en het stimuleert mij enorm als er mensen zijn die het leuk vinden om te lezen wat ik schrijf.

Dit was de laatste reisbijdrage. Het zit er op. Voor de volledigheid en vooral voor latere aanmelders: je kunt alle bijdragen (alsnog) lezen op http://www.chinafietser.nl, onder het kopje ‘Blog’.

Hartelijke groet van Henk

.
.
image
.
image

.
image

.
image
.
image
.
image
.
image

.
image

Advertenties

17. Li en zo

‘Ik wil graag gebakken rijst met varkensvlees’, zo had ik ingetiept op mijn vertaal-app. Ervaring leerde dat je dan een soort nasi goreng krijgt, gebakken rijst met groente en kleine stukjes vlees. Prima eenvoudig maaltje. Deze keer ging het anders.

Vriendelijk, gedecideerd en toch ook licht onthutst (allemaal mijn interpretatie natuurlijk) zei de jongeman terug in onverwacht goed Engels: ‘But we are muslims’. Ai, suf, dat had ik toch moeten zien aan de keppel-achtige hoofddeksels die zijn oudere collega’s allemaal droegen, en dan had ik ermee rekening kunnen houden dat het onderdeel van hun geloof of cultuur (?) is om geen varkensvlees te eten. ‘You want beef?’, zo bracht de jongen de interactie onmiddellijk een verstandige stap voorwaarts, en ik kreeg prima nasi met rundvlees. Moslims, of tenmisten een deel van hen, maken zich herkenbaar in het straatbeeld. Voor de mannen met het keppeltje; vrouwen hebben meestal een klein zwart hoofddoekje zoals orthodox-christelijke vrouwen in Rusland en Oost-Europa ook wel dragen. Christenen maken zich niet herkenbaar, alleen hun kerken zijn prominent aanwezig in het straatbeeld. Dat wil zeggen, op mijn eerdere reizen. Deze keer heb ik niet één Christelijke kerk gezien.

Ja, China kent dus religieuze diversiteit. Met name het Christendom is enorm in opkomst. Als in een maatschappij alles op zijn kop staat en veranderingen sneller gaan dan jouw eigen ziel kan bijhouden, dan lonkt kennelijk de verlossende lokroep van een eeuwenoude geloofsleer van buiten de eigen maatschappij.
Etnische diversiteit is er in China natuurlijk ook. Anders dan wel eens gedacht wordt hebben ook de 55 onderscheiden etniciteiten naast de dominante Han-Chinenezen (92 procent van de bevolking, vertelt de Lonely Planet me) alle ruimte in de maatschappij. Onder één voorwaarde natuurlijk: geen twijfel aan de alleenheerschappij van De Enige politieke stroming in het land. En dat wringt voor in elk geval, zoals we weten, de Oeigoeren (moslims, trouwens) en de Tibetanen (Boeddhisten, overigens), en trouwens evengoed voor spirituele stromingen die zich onvoldoende voegen naar de structuren zoals de Partij die graag ziet. De paus bijvoorbeeld kan niet als hoogste gezagshebber van (een deel van) de Christenen worden erkend, want de paus is geen lid van de Chinese communistische partij. En de Falun Gong- beweging is volledig de kop ingedrukt. Dat was een snel opkomende boeddhistische beweging die claimde op haar hoogtepunt 100 miljoen aanhangers te hebben. De communistische partij werd zenuwachtig van zo’n aanzwellende ‘macht’, begon hen tegen te werken, en toen waren de mensen van die beweging zo onverstandig daar tegen te protesteren op het Plein van de Hemelse vrede, het heiligdom van de zittende macht in China. Daaarna werd de Falun Gong verboden en gebeurden er nog vele narigheden met leden, zie wikipedia.

Opmerkelijk is dat die hele 8 procent van de bevolking die tot de minderheden wordt gerekend, dus toch zomaar een slordige ruim 100 miljoen mensen, altijd vrijgesteld geweest is van de éénkindpolitiek die de Han-Chinezen henzelf hadden opgelegd.

Op het platteland van Hainan zie je dan ook regelmatig gezinnen met meerdere kinderen. Veel dorpen op het eiland zijn nog volledig gevormd door de oorspronkelijke Li-bevolking van Hainan. Er zijn één miljoen Li’s op het eiland dat een totale bevolking van 8 miljoen mensen heeft. Li’s zijn donkerder dan Han’ers en doen me denken aan mensen uit Vietnam of Thailand, zoals ik die ken uit Nederland (ik ben in Azië alleen maar in China geweest). Ik ben door veel Li-dorpen gefietst: ze zien er idyllisch uit. Financieel vast heel veel armer dan gemiddeld in China, maar zo zou ik ook wel willen wonen en leven, denk ik dan vanaf de buitenkant.

Ik tiep dit stukje in enige naast. Meestal maak is ’s avonds een stukje en verzend dat dan de volgende ochtend. Maar gisteren kwam dat er niet van en nu moet ik doortiepen om nog vóór de hotel-checkout-deadline klaar te zijn. Ik kan me alweer redelijk inspannen met fietsen, maar de conditie blijkt pover te zijn. Dat wist ik voor aanvang van de reis ook wel, maar bij een fysiek ongestoorde fietsreis is dat geen probleem en groei je na een aantal dagen vanzelf naar een prettig (vind ik dan) inspanningsevenwicht toe. De verkoudheidsperikelen stonden dat deze reis een beetje in de weg. En nu is het alweer bijna afgelopen… Vandaag een laatste stuk fietsen, daarna een laatste stuk tiepen, en woensdagavond per vliegtuig weer huiswaarts.

image
.

image
.

image
.

image
.

image

16. Fietslampjes en beursschokken

Een thema dat me steeds meer puzzelt op deze reis is: waarom doet iedereen toch zo nonchalant-zorgeloos bij allerlei bezigheden?!

Geen enkele fietser voert licht in het donker. De meeste brommers ook niet. Veiligheidsriemen zitten in elke auto. Ik heb er voor de aardigheid eens op gelet: bijna niemand draagt hem. Auto’s geven nooit richting aan. Terwijl ze toch echt allemaal dezelfde aanwijzers in hun auto’s hebben als wij. Kinderstoelen zijn een zeldzaam fenomeen. Dreumesen zitten op schoot, drentelen rond, of klimmen zelf op een stoel om ook aan tafel te zitten. Dat doen ze best voorzichtig, dat klimmen. Niemand die er op let, en dan gaat er toch best veel goed bij kinderen. Speeltuintjes zijn er ook in China. Rubberen tegels niet. In de afgelopen decennia zijn er enorm veel huizen gebouwd en zijn de aandelenvolumes die op de beurzen uitstaan verveelveelvoudigd. Huiseigenaren hebben torenhoge hypotheken uitstaan in de verwachting dat de verkoopwaarde altijd zal blijven stijgen en dat ze geen inkomensstroppen zullen leiden. Particulieren speculeren op de beurs tegen de klippen op met geleend geld. Kinderen vanaf een jaar of tien zitten gewoon achterop de scooter. Goed vasthouden aan papa of mama. Onder de tien jaar wordt dat kennelijk toch te gevaarlijk geacht. Tussen de vier en tien jaar staan ze meestal op de treeplank van de scooter, omsloten door de armen van vader of moeder. Onder de vier is dat kennelijk ook te link. Dan kunnen ze alleen mee op de scooter als ze ingeklemd kunnen worden tussen twee volwassenen. Iedereen dondert zijn vuilnis maar overal en nergens maar neer, of verbrandt het soms gewoon voor de deur. Bedrijven lozen de smerigste afvalproducten in de bodem, in het water, of in de lucht. Geen haan die er naar kraait. Nou, een beetje dan, hier en daar ontstaat protest en soms zelfs adequate overheidsreactie.

Maar wat hebben we nou aan deze feitenbrij? Zijn Chinezen dan zo enorm onverantwoordelijk, zit dat in hun genen of in hun cultuur?

Nee, het is veel simpeler. Mensen incasseren graag voordelen en sluiten hun ogen voor nadelen. En in slechts een paar decennia tijd heeft iedereen in dit land enorme voordelen gekregen! Tot de grote omwenteling van 1976 was dit land immers straatarm. Echt straatarm. Er was gewoon helemaal niks en er was nooit wat geweest. Er waren geen auto’s of scooters, geen nette appartementen, geen speeltuintjes, nauwelijks vervuilende fabrieken, er was geen consumptiemaatschappij met bijbehorend afval, er was geen particulier eigendom en al helemaal geen aandelenbeurzen. In anderhalve generatie tijd is het in dit land op alle fronten van helemaal niks naar enorm veel gegaan. Als je al dan die nieuwe verworvenheden in de schoot geworpen krijgt, dan ben je enorm blij met de voordelen daarvan. Dat al dat nieuws ook weer nieuwe nadelen heeft, zoals kansen op dodelijke ongelukken, of op smerig afval dat je dan maar op een zo goedkoop mogelijke wijze buiten het fabrieksterrein dondert, ach, dat zie je dan liever nog maar niet onder ogen.
Er moeten heel wat kalveren verdrinken voordat men putten gaat dempen. Je gaat pas veiligheidsmaatregen treffen, en toepassen, en afdwingen dat ze worden toegepast, als er voldoende risicobewustzijn opgebouwd is in de maatschappij.

Ik heb tweemaal in een bus gezeten op deze reis. Beide keren waren ze wél voorzien van veiligheidsgordels! Dat had ik op eerdere reizen in China nog niet meegemaakt! In één van die bussen werd zelfs een instructievideo afgespeeld waarin het belang van de veiligheidsgordels werd benadrukt, zo werd ook mij overduidelijk op grond van alleen het beeld. Maar ik geloof dat ik de enige was die de gordel daadwerkelijk om deed.

Vorig jaar was er in China voor het eerst sprake van een forse daling van de aandelenkoersen, ik meen 30 procent in een paar maanden tijd (na overigens een stijging van 50 procent in de periode daarvoor). Miljoenen particulieren gingen flink het schip in. En mensen die ongebreideld speculatieve aandelenproducten hadden gekocht met voor een belangrijk deel geleend geld, die zagen hun hele fortuin verdwijnen en konden zelfs eindigen met grote schulden. Een deel van hen kon deze last niet aan. Honderden mensen maakten een eind aan hun leven. De overheid is nu gekomen met eerste maatregelen: de beurs stilleggen als een daling te abrupt is. Maar dat kan niet anders dan een lapmiddel zijn. Ook hier zullen ze uiteindelijk eenzelfde soort bron-totaalaanpak moeten opzetten als in Westerse landen. Verbied malafide speculatieproducten. Pak malafide handelaren aan. Maak de toetredingsdrempels voor particulieren die de beurs op willen, hoger: neem mensen tegen hun eigen onverstandige kortzichtige hebzucht in bescherming.

In twee eerdere blogbijdragen van deze reis deed ik wat hilarisch over de veiligheidshelmen voor bootwerkers (terwijl er overduidelijk nog zoveel gevaarlijke situaties op die boten niet werden aangepakt) en voor plantsoenarbeiders (waarom in vredesnaam een helmplicht bij het onkruid wieden?). Het zijn goedbedoelde pogingen van overheden om dan toch maar iets haalbaars te doen rond veiligheid en risico’s.

Er zal nog decennialang heel veel narigheid gedweild moeten worden terwijl de risico-kranen nog volop open staan.

image

image

image

image

image

image

image

15. Zondag biddag

Nu wist ik het zeker. Hainan móest wel een (super)groot waddeneiland zijn.

.
image

Ik trof hier een geweldig mooi vrijliggend bosfietspad van donkerrood asfalt! Totdat ik deze veehoeder met zijn kudde tegenkwam op het fietspad. Want zulke koeien hebben ze niet op Texel.
.
.

image

Een hard bestaan, wereldwijd overal anders en hetzelfde. Beroepsvisserij.
image

.

image
.

image

.
.

image

Vismanmeditatie. Overal hetzelfde.
.
.

image

Plastic strandstilleven. Schoonheid.
.
.

image

Katoenen windstilleven. Willen we toch mooier vinden dan plastic.
.
.

image

Handel.
.
.

image

De gebouwen aan de horizon van dit plaatje zijn accommodaties van het Boao Forum voor Azië (BFA). Dat forum van politici, beleidsmakers en wetenschappers komt jaarlijks in april bijeen in kustplaats Boao. Alle mooie plekken van de stad zijn in beslag genomen door de superprestigieuze vergadercentra en verblijfresorts van dit forum. Gisteren fietste ik op aanwijzing van Googlemaps naar hotel Boao Hot Spring, een luxe oord dat ik voor een off-season bodemprijs vooruit had geboekt via booking.com. Ik moest wel een kwartier wachten bij de receptie, een enorme drukte van dertigers in zwarte pakken en een enkele dertigster in fleuriger pak. Best een druk hotel, zo vond ik nog, voor off-season. Toen ik dan eindelijk aan de beurt was bleek dat de google-aanwijzing niet had geklopt… ik had staan wachten in de rij van een conferentieoord, tussen de inschrijvers voor een bijeenkomst zoals die hier natuurlijk zoveel gehouden worden buiten de grote april-BFA. Men bood aan om mij even naar het hotel te begeleiden, dus fietste ik nog een kilometer achter een pittig snel rijdend soort golfkarretje aan.
.
.

image

‘Parasolletje mee. En mijn mooie roze pakje aan, mijn gouden tas mee, en oh ja, mijn nieuwe pumps aan. Ben er helemaal klaar voor, het strand!’
.
.

image

Hier zie je mijn voeten die bijna zijn omgeven door het territoriale water van de Zuidelijke Chinese Zee. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat het zeewater aan mijn (ons) eigen Haagse strand natuurlijk ook ‘territoriaal’ is. Maar die territorialiteit van het water van deze Chinese zee is echt wel een dingetje. Illustratief daarvoor is het fotootje dat ik maakte van de Zuid Chinese Zee in de atlas van Hainan, die ik voor 9 yuen (ruim een euro) bij de boekwinkel in Haikou kocht. Hainan is het lichtgroene eiland, linksboven in het plaatje. Hainan is even groot als tweederde van Nederland, even ter oriëntatie (de Zuid Chinese zee is trouwens ruim vijf maal zo groot als de Haagse Zee, ik bedoel, de Noordzee). Het plaatje staat verder vol met Chinese karakters die (ook) ik volstrekt niet kan lezen. Maar dat is helemaal niet interessant. Het spannende aan dit plaatje zijn de goed zichtbare zwarte streepjes met steeds een puntje. Je hoeft echt geen Chinees-karakter-kaartlegenda te raadplegen om te begrijpen wat hiermee wordt bedoeld: dit is de territoriale grens zoals China vindt dat het is. Die hele Zuid Chinese Zee is Chinees domein, zo stelt China. Dat doet China op grond van het feit dat ze vinden dat ook al die eilandengroepen in deze zee Chinees domein zijn. Deze zee is strategisch van groot belang voor China, maar evengoed voor de andere omliggende landen Taiwan, Vietnam, de Philipijnen, Maleisië, Brunei, Indonesië, Thailand, Cambodja. Er zit veel redelijk makkelijk bereikbare olie onder de bodem, en door deze zee lopen natuurlijk enorm drukbelangrijke vaarroutes voor olie uit Arabië en voor spullen naar Europa en Amerika. Ik heb ook een afdrukje van Googlemaps bijgevoegd zodat je kunt beter kunt zien waar de landen liggen die last (kunnen) hebben van China’s territoriumdrift: zij lopen die zee-olie mis, en ze mogen niet zomaar door de zee varen, alleen met toestemming van China. Maar het land dat zich het meest druk maakt over de territoriale rechten in de Zuid Chinese Zee ligt twee maal zo ver van deze zee als van ons land: de VS. Zij erkennen de zeegrens van China niet en varen dus om te provoceren af en toe met een oorlogsboot door de Zuid Chinese Zee. Waarom, zo vraag ik mij dan af: waarom? En hoe zit het eigenlijk met het ‘frame’ zoals we dat in Nederland ook altijd maar aannemen, dat China de territoriumdrifteling is? Voelen die Zuid-West-Aziatische landen dat zelf ook echt zo zwaar, of stimuleert de VS dit frame vooral bij het deel van hen waar ze nog invloed op hebben? Tot zover deze bespiegeling naar aanleiding van mijn voeten bijna in de zee. Ik ben er in geweest, met mijn voeten, en dat is volkomen legitiem. Ik heb een visum voor China, dus ik zou zelfs de hele Zuid Chinese Zee mogen bezwemmen. Van China dan.
.

image
.

image

.
.

image

In de ontbijtzaal van dit hotel hebben alle tafels een bordje met een nummer. Allemaal nummer acht. Iedereen kan hier gelukkig ontbijten.
.

image

Van het slapen in dit hotel wordt ook iedereen gelukkig trouwens. Alle kamernummers beginnen met een 8. Dit is kamer 19 op verdieping 3.
.
.

image

De mooiste schrijfplek ooit.
.
.

image
.
.
.

Leven is bidden.

14. Wahaarheen?

‘Wahaarheen, leiheidt de Weg, die wij moeoeten gaan’, zo luidt de eerste zin van het bekende crematielied van mevrouw Telkamp. Die zin speelde om een of andere reden steeds door mijn hoofd vandaag.

Waarschijnlijk gewoon omdat ik mezelf vandaag weer voldoende fit achtte om weer op Weg te gaan. Ik mócht we er op Weg gaan! Ik moest helemaal niks! Maar ik was wel nieuwsgierig waar de weg me vandaag lángs zou leiden. ‘Waarheen’ was ik minder nieuwsgierig naar, dat was Dingan, zo had ik bedacht, een tussenstop op weg naar een kustplaatsje dat me een mooie bestemming lijkt. Nu zou ik eindelijk eens dat veelgeroemde fietsparadijs Hainan gaan verkennen! Nou, dat viel niks tegen. Alles zat mee! Heerlijk weer, een graad of 23, zonnig, superschone ‘wadden’-lucht, licht glooiend, rustige wegen, groen met wat bos en veel landbouwgebied. Wat wil je nog meer! O ja, fit blijven, dat wilde ik vooral ook heel graag. Ook dat ging goed!
Het meest bijzondere waren de smalle dorpsverbindingswegen die Google mij suggereerde als de Weg die ik moest gaan. Daar komt nooit een toerist, zo maakte ik op uit de veelvuldige uitingen die mijn verschijning bij mensen opriep: ofwel een verbijsterde blik, ofwel een enthousiaste groet, weinig onverschilligheid. Dit is het soort wegen dat ik zo graag befiets in China. Niet op verkeer hoeven letten, geen dieselbenzinedampen, geen herrie en getoeter. Alleen zorgeloos fietsen, om me heen kijken, genieten. Maar waarom leg ik dan (in betere tijden) vooral zoveel kilometers af over die oninteressante lange efficiënte superdrukke verkeerswegen? Hoe ik ook mijn best doe, meestal zijn er eenvoudigweg geen leuke B-weggetjes te vinden. Welnu, daar heb ik een theorietje over bedacht, een beetje filosoferend en associërend mede op basis van wat ik ook al weet. Een beetje yin en een beetje yang dus, zoiets.

Na de laatste ijstijd, 12.000 jaar geleden, gingen groepen mensen op verschillende plekken op de aarde geleidelijk aan over van jagen/verzamelen naar landbouw. Op zeven plekken, om precies te zijn, zo menen historici. Eén van die gebieden was het deltagebied van de Gele Rivier in China. Dat is de enige van die zeven plekken waar de landbouwcultuur onafgebroken gebleven is vanuit hetzelfde volk, ondanks veelvuldige oorlogen.
Europa hoorde niet eens bij die oorspronkelijke zeven plekken. Bij ons kwam de landbouw pas millennia later, via cultuuroverdracht en volksverhuizingen. De bron van onze landbouw en cultuur is het gebied van de Eufraat en de Tigris, zo leerde ik in de brugklas (ik had toen een steengoeie docent geschiedenis), Syrië/Irak dus. Maar in China is de cultuurontwikkeling juist altijd op dezelfde plek van hetzelfde volk gebléven. Sterker nog: de gehele brede oostelijke kuststrook werd één supergroot landbouwgebied, het allergrootste van de hele wereld. Want dit dubbel-deltagebied van de Gele Rivier en de Jiangtsekiang is het grootse vlakke (en vruchtbare) gebied ter wereld, zo kun je zien op een wereldhoogtekaart (heb ik nu even niet bij de hand). Het zuidelijke kustgebied van het huidige China integreerde daar wat minder vanzelfsprekend mee, omdat er wat heuvel/bergketens tussen liggen. Dat is ook de reden dat men in de regio van Kanton geen Mandarijn is gaan spreken, en de regiotaal Kantonees (met een paarhonderd miljoen sprekers) overeind gebleven is.
In die enorm grote landbouwgebieden kon vrij gemakkelijk een rustige ontwikkeling plaatshebben naar een overal ongeveer  gelijke structuur van boerderijen, gehuchten, dorpen, steden. De meeste steden in China waren lange tijd maar beperkt van grootte. Het waren niet meer dan voorzieningscentra voor een omliggende regio van dorpen. Er was veel minder dan in Europa sprake van interstedelijke handel, mede omdat de oriëntatie naar de zee in China altijd veel minder is geweest dan in Europa. In China was er dus veel minder dan in Europa de noodzaak om een net van verbindingswegen tussen steden aan te leggen. Dorpen waren verbonden met elkaar en met de stad die hun centrum was. Maar steden in China hadden niet zoveel met elkaar te maken. Sterker nog: het was eigenlijk helemaal niet bedoeling dat een gewone boer buiten ooit zijn eigen regio ging. In de bloeitijd van het Chinese communisme, 1949-1976, werd dat zelfs vastgelegd. Plattelandsbewoners moesten in hun eigen regio blijven en kregen geen toestemming om te reizen. Dat werd bevorderd door voorzieningen waar mensen recht op kregen in die periode (denk aan onderwijs voor je kinderen en aan gezondheidszorg) te koppelen aan je geboorteplaats. Alleen dáár waar jij was geboren, kon jouw kind naar school en kon jij naar het ziekenhuis. Alhoewel de verhuisbeperkingen na 1976 allang radicaal zijn opgeven en daardoor de grootste migratiegolf (500 miljoen mensen) in de geschiedenis is ontstaan, zijn die voorzieningenbeperkingen er nog steeds. Daar hebben dus steeds meer mensen flink last van. Heel veel plattelanders die hun geluk en fortuin in de stad zijn gaan zoeken, hebben hun kinderen bij opa en oma in het dorp moeten achterlaten: alleen daar kunnen die kinderen kosteloos onderwijs krijgen.

image

Maar nu weer over de Weg. Waar zich in Europa over een periode van eeuwen geleidelijk aan een handels-wegennet heeft ontwikkeld, is dat in China in veel mindere mate het geval geweest. Er was heel lang veel minder interstedelijke handel. Pas nadat Mao dood was en zijn opvolger Deng Xiao Ping vanaf zijn aantreden in 1976 ruimte gaf aan radicale vernieuwing van de economie, toen pas kwam de handel echt op gang (en hóe!). Toen pas kwam ook de aanleg van een interstedelijk wegennet goed op gang. En daarom vindt iemand die uit nieuwsgierigheidsoverwegingen zonodig dat hele oostelijk kustgebied wil befietsen, zichzelf zo vaak terug op veel te drukke nieuwe lange saaie hoofdwegen. Want er zijn gewoon maar weinig rustige oude wat kronkelende lange interessante hoofdwegen. Gelukkig zijn er ook wel B-weggetjes, tussen dorpen, maar daar kun je veelal geen doorgaande fietsroutes van maken. Dorpen van verschillende regio’s zijn van oudsher vaak domweg niet met elkaar verbonden, omdat men het vroeger dus beter vond dat boeren gebonden bleven aan die eigen regio.

Pas nu ik dit verhaal af heb realiseer ik me dat ik ook iets had willen schrijven over de clash op de Chinese aandelenbeurs, dingen die je niet in de krant leest en die juist wél interessant zijn. Maar ja, mijn tijd is op. Misschien een andere keer.

image

image

13. Confuus fietsen

Hoe bewegen mensen ten opzichte van elkaar? Hoe stemmen mensen met elkaar af welke ruimte zij innemen? De gewoonten en/of regels daarvoor zijn in China compleet anders dan in Nederland.

Als ik me in Nederland een drukke winkel of straat begeef dan weet ik gedachteloos prima vooruit te komen zonder tegen anderen aan te botsen. Min of meer rechtdoor, en als uitwijken nodig is, meestal naar rechts. Dat is de Nederlandse gewoonte. Als ik in China op m’n hollands over straat loop dan bots ik juist tegen iedereen aan. Uitwijken, ruimte maken, voorrang geven en voorrang némen, het gaat in China (en heel zuid-oost Azië) helemaal anders. ‘Go with the flow’ is natuurlijk het verstandige uitgangspunt, en al helemaal als ik op de fiets zit. Waar in Nederland het fiets- en overig wegverkeer zich voortbeweegt op basis van vooral verkeersregels, is ook dat in China anders. Als er al verkeersregels zijn (ik heb ze nauwelijks kunnen ontdekken), dan zijn dat hooguit suggesties. Verkeersbewegingen zijn ook wel op gewoonten gebaseerd, maar elke situatie lijkt ook op het zoeken van de beste balans voor die betreffende unieke situatie. Vandaag heb ik heeeel rustig een kilometer of vijfentwintig door de stad gefietst (yess, het gáát weer een beetje) en viel me te binnen dat het ruimte-inname- en verkeersgedrag van Chinese mensen berust op de drie grote traditionele religieus-filosofische stromingen waarop gedrag en volksaard zijn gegrondvest: Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme.

Confucius bedacht 2500 jaar geleden een manier van omgaan met elkaar die orde, duidelijkheid en respect gaf in alle verhoudingen tussen mensen in een samenleving. De jongere is respect verschuldigd aan de oudere, de leerling aan de leraar, de burger aan de overheid. Maar andersom geeft dat verantwoordelijkheid aan de oudere, de leraar, de overheid om goed te doen in het belang van die ander. Dat is een praktisch soort van wederkerigheid dat beide partijen in een verhouding dient. En het is ook lekker duidelijk. Dat balanceren van verhoudingen speelt ook in elke verkeerssituatie. Als automobilist ben je sterker dan brommers en voetgangers, maar dat geeft ook verantwoordelijkheid om die ander niet plat te rijden. Auto’s bewegen zich redelijk defensief, maar wel altijd assertief. Voetgangers zijn regelmatig verschrikkelijk onoplettend. Zij weten als zwakste verkeersdeelnemer dat de rest wel rekening met hen hoort te houden en steken bijvoorbeeld soms met angstwekkende naïveteit een drukke verkeersweg over. Vanmiddag, twee kwebbelende jongedames gingen ook oversteken toen een paar opgeschoten jongens het rode voetgangerslicht negeerden en in een gaatje in de verkeersstroom de zesbaansweg over gingen. Die jongens maakten tempo, maar de kwebbeldames niet. Halverwege moesten zij halt houden en schoten aan beide zijden van hen drie stromen auto’s langs ze heen. Bloedjelink. Je bent zomaar dood, zou ik denken. Dat dachten die dames niet. Toen er een nieuw gaatje kwam staken ze, toch wel ietsje sneller nu, de resterende drie stroken over. En ze babbelden doodgemoedereerd voort alsof er niets aan de hand was.

De houding van de jongedames in hun toch best benarde situatie was er een van ‘overgave’: een ontstane situatie aanvaarden zoals die zich voordoet, zonder oordeel en zonder ophef. Ook de automobilisten aanvaardden zonder gedoe het feit dat die vrouwen daar nu eenmaal stonden. Geen opgestoken vingers of boze gezichten, hooguit wat rationeel getoeter om de alertheid van alle betrokkenen te bevorderen. Deze houding kun je duiden als Boeddhistisch. In het verkeer houden mensen altijd het hoofd koel. Niemand wordt ooit boos op een ander, wat voor domheid of ruwheid die ander ook begaat. Men creëert geen enkele negatieve energie.

Het Taoisme gaat over de Weg (nee, niet zozeer een verkeersweg): over hoe je dingen kunt of moet doen, niet zozeer over wat je kunt of moet doen. In elke verkeerssituatie is de taoïsische invalshoek dus om een goede oplossing te vinden en niet zozeer wat de juiste regel is waar je je op zou kunnen baseren.

Inmiddels ga ook ik allang weer bijna moeiteloos op in het confucianistisch-boeddhistisch-taoïstisch georganiseerde verkeer en internaliseer ik vast ook iets van deze houding.

Zoals ik het een beetje bij elkaar beredeneer voor verkeer, zo kun je de drie fundamenten confucianistisme -boeddhisme – taoïsme vast ook plakken op alle andere mogelijke interactie-kwesties. Arbeidsverhoudingen. Romantiek. Vriendschap. Woonsituaties. Hoe ga je om met ontslag, verliefdheid, burengerucht? Weet je, dit is een totaal andere wereld dan de onze, rustend op totaal andere manieren van denken en doen. En het werkt anders, en het werkt ook. Mooi toch. Misschien kunnen we (ik) wel iets van China leren.

Zie ook, zo je wilt: http://chinafietser.reislogger.nl/19-boeddhisme-taoisme.76968

Onderstaande foto’s staan los van het verhaal.

image

image

image

image

image

12. Gewone mensen

Ik slenterde een half uurtje door de mooi opgeknapte hoofdstraat van Haikou. Auto’s verboden, fietsen aan de hand, controleurs die er op toezien. Wat een verademing.

image

En nauwelijks belangstellenden voor deze gerestaureerde honderd jaar oude panden. Rust. Twee mannen vielen me op aan het begin van de straat. Een oude man met uitdrukkingloos gezicht, die moeite had met lopen maar er wel flink zijn best voor leek te doen. En een jongere man, een paar meter voor hem, achteruitlopend, hij leek de oude man goed in de gaten te houden. Ik lette eerst nog niet zo op hen, stond regelmatig stil om om me heen te kijken en foto’s te maken, kuierde dan weer eens een stukje verder. De twee mannen bewogen zich al met al in ongeveer hetzelfde tempo als ik door de straat, de oude man dankbaar gebruik makend van de grappige bronzen-beelden-met-steeds-een-bankje-erbij om even uit te rusten.
image

Op de laatste honderd meter liepen ze hand in hand, in triomf, vader had het gehaald! Ik vermoed dat de oude man herstellende was van een beroerte en dat zijn zoon hem, heel zorgzaam, elke dag coacht in zijn hersteltrainingen.

image

Het meisje was, zoals alle kinderen en jongeren die aan het eind van de middag op straat zijn, gekleed in schooluniform/trainingspak. Ze sprak me vrolijk aan maar ik snapte niet wat ze bedoelde, en reageerde maar vrolijk terug door te vragen of ze even op het bronzen bankje wilde poseren voor zo’n grapjesfoto waartoe die bankjes zijn bedoeld. Daarna wilde ze nog meer praatje met mij aanknopen, prima natuurlijk. Ze was helemaal enthousiast en ik begon haar Engelse woorden een beetje te verstaan, en zij leek mijn eenvoudige woorden ook te begrijpen. Ze was 18 jaar, vertelde ze, en ze had al vele jaren Engelse conversatielessen op school. Dit was de eerste keer dat ze buiten de schoolsetting met een echte buitenlander Engels sprak! Ze vroeg nadrukkelijk of ik haar woorden écht begreep, ja hoor, prima, antwoordde ik. Dat kon ze bijna niet geloven: die woordjes waar ze al jarenlang ijverig mee oefende op school konden écht worden ingezet in een écht gesprek met iemand die helemaal geen Chinees spreekt! De wereld is een dorp.

image

Man met kind in wandelwagentje. In Nederland een vrij normaal tafereel, in Zweden (zag ik een paar jaar geleden) precies even normaal als vrouw met kind in wandelwagentje (exact fiftyfifty daar, alsof ze boetes gaan uitdelen als het ietsje uit het evenwicht zou zijn). Hoe is dat nou in China? Nou, mannen zijn geëmancipeerder dan in Nederland, maar China is nog geen Zweden. Mannen lopen achter kinderwagens, brengen hun kind op de scooter naar school, verschonen een luier in een restaurant. Naast ouders zijn in China ook grootouders heel belangrijk. Opa’s zie je bijna even vaak met hun kleinkinderen als oma’s. Mooi.

image

Elke keer in China blijf ik me weer verbazen over de toewijding waarmee je mensen juist de eenvoudiger taken ziet uitvoeren. Als je in Nederland je compensatietaak doet om je recht op bijstand veilig te stellen, dan zie je dat de meeste mensen dat met een gespeelde onverschillgheid ‘hier ben ik veel te goed voor’ doen; slechts een enkele echte kansarme doet gewoon zijn best omdat dat van haar gevraagd wordt. In China doe je áltijd je best in de taak die je hebt. Omdat dat zo hoort.

image

Overdekte markt, ongekoeld vlees, ongetwijfeld in geen velden of wegen een ‘keuringsdienst van waren’ of ander soort inspectie. Toch is alle voedsel dat ik in restaurants en bij straatstalletjes eet steeds prima (tot nu toe). Ik ben in China nog nooit, zelfs geen klein beetje, ziek geworden van eten.

image

Wachten tot het voetgangerslicht groen wordt. Maar er staan hier in Haikou steeds veel meer brommers (alleen maar elektrische!) dan voetgangers voor het stoplicht. En fietsers zijn er al helemaal niet, afgezien van mij.

image

Jochies na schooltijd. Verschillende uniformen, verschillende scholen.

image

De veerpont naar Haikou is een lelijke roestbak met zoveel gevaarlijke situaties voor zowel passagiers als bemanning, dat dat in Nederland onmiddellijk tot Kamervragen en Landelijke Ontsteltenis zou leiden. Maar de mannen van de boot hebben wél mooi állemaal consequent een fraaie gele helm op. Dat dan weer wel. Veiligheidsbewustzijn groeit schoksgewijs. Pas na een ‘incident’ krabt een samenleving zich aan het hoofd met de vraag hoe dat nou toch voorkomen had kunnen worden. En dan worden er nieuwe / overbodige / betere / nuttige / domme maatregelen getroffen. ‘Voortaan allemaal een helm op, en wie betrapt wordt zonder helm, die vliegt er uit.’