Categorie: INDIA 2016

India9. Taj Mahal, wikipedia en Katrien

Als je toch in India bent, dan hoort als het even kan de Taj Mahal er natuurlijk ook bij. Met vijf personen (van de achttien) en zonder de reisbegeleidster doen we daarom de twee dagen verlengingsoptie erbij die de reisorganisatie bij deze voorgeprogrammeerde groepsreis aanbiedt. Vanochtend vroeg was het zover. Geheel eigenstandig kozen we voor het toch tamelijk idiote tijdstip van 5.30 u. om ons door onze chauffeur en door de gids Yogi (zo bleek hij zichzelf te noemen) te laten ophalen voor deze als ultiem bedoelde reiservaring: de Taj zien! Bij het prachtige licht van de zonsopgang!

In een aantal opzichten voldeed dit bezoek exact aan mijn verwachtingen. Het was er enorm druk. Het was een mooi gebouw. De groepen bezoekende Indiase toeristen vond ik veel leuker en interessanter dan het gebouw zelf. Het gebouw heeft een geschiedenis en een historische betekenis, maar die vind ik toch eigenlijk zo obligaat dat ik het desgewenst graag aan jezelf overlaat om daartoe wikipedia te raadplegen in plaats van dat ik het hier allemaal optiep.

In een enkel opzicht voldeed het bezoek juist niet aan de verwachtingen, of de hoop. Het ochtendlicht leek vandaag helemaal nergens naar. Zwaarbewolkt. Helemaal geen glinsterend marmer in het ochtendgloren, maar alleen donker ochtendgrauw aan het zwerk. Gelukkig barstte de moessonbui los toen we nét binnen in de Taj waren.

Ervaringen zonder verwachting zijn vaak veel leuker dan mét. Dat bleek maar weer toen we na het bezoek aan de Taj Mahal (‘paleis van de kroon’) onder leiding van onze Yogi het verderop gelegen Agra Fort gingen bezichtigen. Alleen al de twintig procent van het complex dat voor bezoekers geopend is, bleek immens groot te zijn. Het fort was opgezet als zowel de belangrijkste legerplaats van toenmalige Indiase hoofdstad Agra, als ook paleis van de koninklijke familie. En door de eenvoudige maar zeer betrokken toelichtingen van Yogi begon ik eindelijk de geschiedenis van dit India een beetje te begrijpen. Ik zie het nu als ruwweg vier episoden tot aan het heden.

De laatste episode is het India van vandaag: sinds 1947 een trotse en onafhankelijke staat.

De eeuw daarvoor was het een Engelse kolonie, inclusief de twee staten links en rechts van India: Pakistan en Bangladesh. De Engelsen konden dit immense land bestieren en besturen vanuit twee invalshoeken: een aanpak van ‘verdeel en heers’, waarmee men op een slimme manier invulling gaf aan het machtsvacuüm waarin India in de eerste helft van de negentiende eeuw terechtgekomen was, en daarnaast vooral slimme handel, waarvan (uiteraard) de Engelsen zelf profiteerden maar waar ook India zelf veel baat bij had.

Vóór de Engelsen, in de periode van  1526 tot 1858, werd India geregeerd door de dynastie van de Mughals. Pas nu snap ik een beetje wie dat waren en wat hun betekenis was voor de eenwording van deze natie. ‘Mughal’ is het Perzische woord voor ‘Mongool’, in de betekenis van personen uit Mongolië ;>). De Islamitische Perzen hadden de macht veroverd over (uiteindelijk) dit complete continent/land, maar de Perzische dynastie had al langere tijd nauwe huwelijksbanden met de Mongoliërs. Vandaar de naamgeving van deze dynastie. De Mughals hadden hun machtshoogtepunt in de zeventiende eeuw. Zij brachten eenheid en welvaart in deze Hindoeïstische natie. Hun macht werd door het volk vooral geaccepteerd omdat zij heel pragmatisch omgingen met religieuze tegenstellingen. Achtereenvolgende Mughal- koningen brachten eenvoudigweg alle belangrijke religies in de topposities van hun harem in! Zij streefden via huwelijksbanden en nageslachten religieuze integratie na. Slim!

De eeuwen vóór de Mughals waren een zootje voor India. De landsdelen konden zelf geen eenheid vinden en streden voortdurend tegen elkaar. En bovendien kwamen er regelmatig Islamitische legers langs om oorlogen te winnen tegen de zwakke Indiase koningen. Maar de Islamitische veroveraars hadden toen nog niet in de gaten dat je macht alleen kunt bestendigen als je ervoor zorgt dat die macht jouw gegund wordt door het volk dat je wilt leiden. De Mughals hadden dat vanaf 1526 voor het eerst wél goed in de gaten. En zij brachten dus voor het eerst eenheid (én volksdraagvlak voor die eenheid) naar India.

Yogi maakte me duidelijk dat door de wijze aanpak van de Mughals de zeventiende eeuw India’s Gouden Eeuw kon worden. Het huidige zelfstandige India ziet deze periode als belangrijk richtsnoer: zowel voor wat betreft de religieuze verdraagzaamheid, als voor het streven naar welvaart voor iedereen.

Tot zover deze inzichtjes rond de geschiedenis van deze natie.

Een heel ander dingetje is onze reis van gisteren. De treinreis van Amritsar naar Delhi, waarvoor we al om 3.30 uit de veren moesten (tamelijk verschrikkelijk, maar ja, het spoorboekje was onverbiddelijk) verliep prima. Na het afscheid in Delhi van de reisleidster en van de reisgenoten die niet meegingen naar de Taj Mahal, was er voor ons vijfpersoons deelgroepje een mooi reisbusje naar Agra, de stad van de Taj Mahal. Maar we troffen het niet met de chauffeur. Hij reed bijzonder langzaam en onzeker, en bovendien steeds op ongeveer de doorgetrokken streep van de scheiding tussen de vluchtstrook en de meest linkse baan (men rijdt hier overigens links, dankzij die Engelsen). Vanwege ons mallotig vroege opstaan dommelden wij regelmatig weg. Totdat we op een zeker moment heel heftig opschrikten. Ons busje reed de vijftien centimeter hoge ‘stoep’rand bij de middenvangrail naast de uiterste réchterbaan op, en weer af. We werden heftig door elkaar geschud. Het was maar goed dat we zo’n lage snelheid hadden en dat er vrijwel geen verkeer op de tweemaal-driebaansweg was. Onze conclusie was al snel dat de chauffeur helemaal niet fit was, en achter het stuur in slaap gevallen moest zijn. De chauffeur van een achteropkomende auto informeerde via de raampjes bij onze chauffeur of alles wel in orde was. Onze chauffeur stopte om eventuele schade te bekijken. Dat bleek er niet te zijn, we reden verder. Hij ging niet in op onze vragen wat er was gebeurd. Pas na een kwartier begon hij ineens een verklaring te geven. Er was onverwacht een zwerfhond overgestoken. Ach, we deden maar alsof we dat geloofden. Reisgenote Katrien hield het hoofd het meest koel. Zij ging met het smoesje dat ze voorin moest plaatsnemen wegens misselijkheid, naast de chauffeur zitten om hem in de gaten te kunnen houden en letterlijk aan de praat te houden. Katrien was na aankomst ook de belangrijkste persoon van ons om zowel de Nederlandse reisorganisatie als de lokale uitvoeringsorganisatie van de tweedaagse Taj Mahal- trip in mail en telefoongesprekken te bewegen tot de enige juiste oplossing voor de terugweg naar Delhi, morgen. We krijgen een andere chauffeur! Daar heb ik bij voorbaat wel vertrouwen in. Reisorganisatie en uitvoeringsorganisatie hebben immers een groot reputatiebelang. Fouten kunnen gebeuren, zoals de inzet van de niet-adequate chauffeur. Maar als dat probleem daadwerkelijk onderkend is door de verantwoordelijke organisaties, dan hebben ze er natuurlijk alle belang bij om enerzijds ons tevreden te stellen en anderzijds er werkelijk alles aan te doen om te borgen dat de terugweg wél veilig verloopt. Tot zover dit goed-afgelopen reisincident. Hulde aan Katrien!

 

Dit is mijn laatste reisbericht uit India. Maandag weer thuis!

 

Namasté, dank voor je aandacht, hartelijke groet van Henk

 

Advertenties

​India8. Samen eten

Pas toen ik er was wist ik weer waarom ik er in mijn eentje en niet met reisgroepsgenoten heengegaan was: open willen en móeten staan voor dat wat er is, zonder de (voor mij) verraderlijke comfortzone van veilig gezelschap. De Gouden Tempel in Amritsar: het heilige tempelpaleis van de Sikhs. Tot gisteren wist ik van deze religie niet veel meer af dan dat Sikh-gelovige mannen allemaal een zwarte baard hebben en een kleurige ‘tulband’ als hoofddeksel dragen. Die tulbanden vond ik altijd een beetje raar en aanstellerig, de verplichte baarden een beetje angstaanjagend.
Met dit soort oppervlakkige vooroordeelsbeelden wandelde ik rond acht uur vanochtend tempelwaarts. Wel had ik nog snel even in de Lonely Planet gekeken waar het Sikh- geloof vandaan komt  en wat de kern is. Dat is vrij eenvoudig: Sikhs verwerpen het kastenstelsel. De beweging begon in de zestiende eeuw en had het verlichte uitgangspunt dat iedereen gelijk is. Dat was in dit land revolutionair. De Indiase geschiedenis en het Hindoe-geloof (80 procent van de bevolking) zijn gegrondvest op ongelijkheid, hoezeer verlichte geesten zoals Mahatma Gandhi ook getracht hebben om in lk geval voor de wet iedereen gelijk te laten zijn en gelijke kansen te bieden.

De tempel bleek in alle opzichten overweldigend. Enorm groot, sereen, verwelkomend, gefocust. Iedereen is welkom, zo predikt het Sikhisme, ongeacht geloof, geslacht, afkomst, nationaliteit. De vier toegangspoorten van het tempelcomplex symboliseren deze openheid. Overigens had ik de indruk de enige buitenlandse bezoeker te zijn op dit moment, te midden van de duizenden Sikhs en andere Indiërs.

De kerntempel ligt midden in de grote vijver binnen het complex. Er is 750 kilo goud verwerkt in de buitenkant. Na een kwartiertje wachtrij mocht ook ik als buitenstaander het hart van het Sikhisme betreden. Daar bleek me pas dat de nasale gebedszang die overal klonk niet van een CD kwam, maar live van een gezelschap voorgangers/zangers in deze tempel.

Toch was het niet het blinkende goud, de sereniteit en devotie van de gelovigen of de omvang van het totale complex, dat de meeste indruk op me maakte. De kantine, dát is wat me echt raakte. Ik had in de Lonely Planet al gelezen over de maaltijdvoorziening. Nieuwsgierig liet ik me door de mensenstroom meevoeren naar deze faciliteit. Ik kreeg een metalen vakkenbord, een lepel en een waterkommetje, en werd een enorme zaal in gedirigeerd waar ik een eerstvolgende plaats op een lange mat mocht innemen. Mannen en jongens kwamen langs om de vakken van mijn bord te vullen met rijst, dal-saus en groente met saus. Voor de chapati’s (broodpannekoekjes) bleek ik mijn handen tot een kommetje te moeten vouwen, dan kreeg je ze.

Deze maaltijd is gratis. Voor iedereen die wil eten. Bedelaar en miljonair: iedereen is welkom om mee te eten. Je hoeft niks, je bent welkom zoals je bent. Tachtigduizend maaltijden worden zo per dag verstrekt. Tachtigduizend!! Een enorme machinerie van duizenden vrijwilligers, mannen en vrouwen, van alle leeftijden, snijdt groente, bakt chapati’s, reikt het eten uit, maakt elk half uur alle zalen weer schoon voor de volgende eters, en wast af. 

Buitengekomen was ik er stil van. Deze gelovigen willen gelijkheid, en dóen gelijkheid. ‘Practice what you preach’: doe waar je voor zegt te staan. Geen grotere symboliek voor gelijkheid dan de maaltijd: iedereen eet, iedereen heeft dezelfde behoefte aan voedsel.  Er wordt niet gebeden bij het eten. Ja, smaken mogen verschillen. Nee, dwang om samen iets te moeten zou niet goed zijn. Maar juist de vrijblijvendheid van het aanbod van de maaltijd én de vrijwilligheid van deelname maken dit tot een waardig symbool van gelijkheid. En blijkbaar willen elke dag duizenden mensen de maaltijden verzorgen, en willen tachtigduizend mensen eten in gelijkwaardigheid. Amen.
Nog een paar dagen trouwens, dan brengt de KLM me weer naar Nederland.
Namasté, groet van Henk 

​India7. Hemel in de wereld

Ik sluit niet uit dat er een god bestaat en ik doe mijn best voor het goede. Dat is zo ongeveer mijn vrij aardse persoonlijke geloofssysteem, het is maar dat je het weet. Ik ben dus, religieus gezien, een tamelijk gewone hollandse ietsist-achtige, en ik ben ook nog eens niet echt hard in mijn ‘misschien-gods-leer’. Als ik in een devote omgeving zoals een klooster of een kerk terechtkom, dan laat ik me graag bedwelmen en meevoeren door het spiritualisme en de goede bedoelingen van de gelovigen en hun ‘intermediairs’, de pastoors, monniken, kosteressen etc. Eerbiedig geloof ik dan meestal een beetje met hen mee en laat ik mijn houding van afstandelijk-kritische beschouwing los. In de boeddhistische kloosters van Ladakh overkwam me een aantal keren een dergelijke situatie, maar mijn ‘beetje mee-geloven’ werd daarbij wel bijzonder sterk getriggerd. De kloostergebouwen zelf spreken door hun ligging meestal al zeer tot mijn spiritualistische verbeelding: hoog in de bergen, ver weg van de banale wereld, meestal op een hoog punt in die bergomgeving, en meestal met daaronder een dorpje en een school die volledig ten dienste staan van het betreffende klooster. Dichterbij het hogere kan zo’n klooster dan niet zijn.
Driemaal had ik het geluk om terecht te komen in actieve geloofsuitoefening van monniken en daarbij tot mijn verbazing ook nog gewoon bij welkom te zijn.

Ik liep een keer binnen in het stadsklooster van Leh, waar een driedaags boeddhistisch-religieus festival plaatshad. Een paar honderd monniken waren bijeen in de hoofdtempel om naar een lezing te luisteren, en ik was van harte welkom om daar met een tiental andere europeanen bij aanwezig te zijn. Het was een lezing, geen gebed, maar de aandacht en focus van de monniken van de kloosters uit de wijde omgeving waren ongewoon hoog, meditatief. De spreker/voorganger was lang van stof (vooral voor iemand zoals ik die er vrijwel niets van verstaat) en sprak met veel emotie: blijdschap en plezier, ingehouden boosheid en frustratie, en verdriet. Op een zeker moment kreeg hij het zelfs echt te kwaad en kon zijn tranen niet bedwingen. De monniken keken er niet van op of om. Eentje stond op om een glaasje water aan te reiken aan de spreker, waarna deze zich herpakte en voort kon gaan met zijn betoog. Overigens was het enige woord dat ik wel verstond wellicht de reden voor al zijn emotie: ‘Tibet’.

Een andere keer werden we tijdens een kloosterbezoek uitgenodigd om bij een mantra-gebed van een oudere monnik aanwezig te zijn. Met onze hele achttienpersoonsgroep zaten we op de grond in een te krappe ruimte te luisteren naar het zanggesprek tussen de monnik en zijn god (of wellicht zijn betere zelf). De man nam ons allemaal volledig mee in zijn metafysisch bewustzijn. We waren ongewoon stil en aandachtig. Een paar maal opende de man zijn ogen na het einde van een gebedsdeel. Met dezelfde intensiteit als waarmee hij opging in zijn gebed, zocht hij dan even contact met ons: ineens een wakkere oogopslag, een vriendelijke lach, een totale acceptatie van onze aanwezigheid in zijn intieme gesprek met god. Ik was diep onder de indruk van het voelbaar goede van deze monnik die ongetwijfeld al sinds zijn prille jeugd elke dag deze toewijding aan zijn god (of zijn betere zelf) zocht.

Een derde situatie was dat er bij een bergklooster dat we bezochten een jaarlijkse gebedsdag bleek plaats te hebben waarin wij alweer zonder enige restrictie welkom waren. Alle monniken van het klooster (ongeveer honderd) waren een lange dag (met pauzes) bijeen in de hoofdtempel voor mantra-gebed. Ook de aspirant-monniken vanaf een jaar of tien waren erbij. Bijzonder geruststellend vond ik dat die jochies enerzijds netjes meededen maar anderzijds ook nieuwsgierig keken naar ons als plotse bezoekers, en dat ze bovendien af en toe ook wat zaten te ginnegappen en dat dat kennelijk prima werd gevonden door de volwassen monniken. Ook hier hadden de monniken weer een ongekend hoge mate van toewijding, opgebouwd in hun sobere leven van elke dag, maar de sfeer in de tempel was tegelijk ook gemoedelijk en zelfs bijna gezellig. In de gebedspauze kregen de jonge monnik-jongens buiten allemaal een kartonnen pakje drinken van hun mentor.

In het onherbergzame Ladakh biedt religie troost, vermoed ik. Acht maanden per jaar is de boel ingesneeuwd en kun je geen kant op, in de korte warme zomers moet je zaaien en oogsten en tegenwoordig ook proberen geld te verdienen aan toeristen. Het leven was heel arm en heel hard, het is nu vrij arm en nog steeds niet makkelijk. Als gelovige kun je dan troost ontlenen aan kloosterlingen die aan jou verlossing van je dagelijkse zorgen voorspiegelen. En dat werkt het beste als die kloosterlingen zelf daadwerkelijk eenvoud, goedheid en toewijding laten zien. Tenminste, dat is mijn houtje-touwtje psychologische-verklaring-van-de-koude-grond voor de balans tussen gelovigen en geloofsprofessionals zoals ik dat hier meen te zien. Kloosters zijn toevluchtsoorden uit de hardheid van het dagelijks bestaan. Gelovigen financieren graag kloosters, voor hun rol als troosters.

Wat ik me dan afvraag: zouden kloosters bij ons in onze middeleeuwen dezelfde rol hebben vervuld?!…. Geen idee, ik zou het niet weten en ik weet niet of daar alsnog voldoende historische indicatie voor gevonden zou kunnen worden. En wat ik me ook afvraag: zullen de kloosters in Ladakh over pakweg een eeuw, als ook hier bestendige welvaart zal zijn, nog steeds bestaansrecht hebben?!…

De kern van alle religies is naar mijn indruk trouwens overal ongeveer hetzelfde. Een hogere macht in de vorm van één of meerdere goden danwel een ooit te bereiken verlichte staat, en daarnaast een hele serie geloofsartikelen die de goede omgang tussen gelovigen en eventueel ook anderen (‘omarmen’ zoals het boeddhisme voorschrijft, of juist doodmaken, zoals de islam volgens sommige uitleggers zegt) dienen te bevorderen en die er bovendien natuurlijk op zijn gericht om het geloofsinstituut te bestendigen. In dat kader vind ik het verschijnsel ‘karma’ een enorm slimme uitvinding van het hindoeïsme en het boeddhisme. Alles wat je goed doet, draagt bij aan je karma en dus aan hoe je in je volgende leven terugkeert op aarde. Dat is een stuk effectiever dan de aanpak van de christenen: daar bestaat immers alleen maar een digitaal ‘ja/nee’ van het opperwezen over jouw toegang tot de hemel, en jouw aardse goede daad leidt niet automatisch tot een betere positie na je dood.

Ik kom nog even terug op mijn vorige bericht, over de bijna-dode fietser. Iemand gaf me terug dat deze titel en mijn toon in het stukje behoorlijk cynisch waren, en dat vind ik achteraf ook wel. Ik schreef er mede mijn frustratie mee van me af, kort nadat we in het ziekenhuis machteloos afscheid hadden genomen van deze door ons gevonden fietser met levensgevaarlijke hoogteziekte die niet wilde luisteren naar doktersadviezen. Het goede nieuws nu is dat we een dag later werden gepasseerd door een ambulance waarin de betreffende man (mét zijn zichtbare fiets!) werd vervoerd in de richting van een stad met een gespecialiseerd ziekenhuis. Uiteindelijk is de man kennelijk toch tot rede gekomen. Gelukkig.

Meer klooster- en monnikenfoto’s op facebook.
Namasté! Groet van Henk

wp-1470037548107.jpg

​India6. Een bijna dode fietser

Het aardige van het oppikken en naar het ziekenhuis brengen van een bijna dode fietser is dat je een uniek kijkje krijgt in de Indiase gezondheidszorg. De gezondheidszorg voor de fietstoerist van Franse komaf bleek voortreffelijk te zijn. Maar het was ‘paarlen voor de zwijnen’: toen met kunst- en vliegwerk de verschijnselen van zijn ernstige hoogteziekte een beetje waren getemd, bleek de man zo dwars als pokhout. Hij sloeg elk doktersadvies in de wind. Geen land mee te bezeilen. Onvoorstelbaar hoe dom mensen kunnen zijn.

Vanochtend reden we met onze achttienpersoonsgroep in twee busjes en een personenauto het tweede deel van de route van Leh naar Manali. Een geweldig mooie route door godverlaten en dus godvervuld woest berglandschap. Het is de enige weg die Ladakh ontsluit naar de rest van de wereld, afgezien van een route die te dicht langs vijand Pakistan loopt. De weg bestaat vooral uit kuilen en hobbels, met hier en daar een stukje asfalt, en passen van soms meer dan 5.000 meter hoogte. Na anderhalf uur rijden passeerden we de enige hoge pas van vandaag: de Baralacha La, 4883 meter hoog. Tien minuten verder stond ons eerste busje langs de kant, naar ik aannam voor een fotomomentje, maar men bleek gestopt voor een man die geleund tegen een grote steen op een slaapmatje langs de kant van de weg zat. Hij droeg fietskleding, zijn fiets stond tegen de grote steen. De man zag er belabberd uit, bleek verkleumd van de kou en antwoordde traag en onsamenhangend op onze vragen. Hoogteziekteverschijnselen. Het leek erop dat hij de nacht had doorgebracht op deze plek: langdurig dus op deze grote hoogte, met bovendien stevige nachtvorst. Na enige deliberatie was duidelijk dat we de man moesten helpen, ook al meende hij zelf dat dat niet nodig was. Man, fiets en spullen met ons mee, en op naar de noodarts in een volgende legerplaats, een half uur verderop. Elke legerplaats in deze bergen is ook noodopvang voor hoogteziekteslachtoffers. Om een of andere reden werd de man naast mij op de achterbank van de personenauto geplaatst. Reisgenoot Bert zat naast de chauffeur. Om te proberen het leven in de man te houden hadden we hem verpakt in dekens en voerde ik hem water en een energiereep. In eerste instantie leek het me beter om hem niet te laten wegsoezen en porde ik hem steeds op als dat weer dreigde te gebeuren.

De legerplaatsarts was er niet. Helaas, zo gaan die dingen. En dus zat er niks anders op dan de man te brengen naar het ziekenhuis van Keylong, het stadje van onze bestemming. Ik was er intussen al wat geruster op dat onze onverwachte gast het leven wel zou kunnen houden en liet hem over aan de slaap die hij kennelijk zo graag wilde. Bij vlagen was hij wakker en alert en vroeg hij bijvoorbeeld of we hem na ziekenhuisbehandeling weer terug wilden brengen naar de plaats waar we hem hadden gevonden.

Het ziekenhuisje zag er uit zoals je zou verwachten: pover. Bert en ik brachten de man tussen ons in het ziekenhuis binnen. Hij kon niet zelfstandig lopen. De entree in het ziekenhuis verliep ook zoals je zou verwachten: rommelig, onduidelijk, en met enig kastje-naar-de muur-gedoe. Maar na vijf minuten al was er ineens een dokter die direct aan de Fransman zag dat het ernstig was. Hij dirigeerde ons naar een ziekenzaal die eruit zag zoals je zou verwachten: rommelig, en gevuld met zowel patiënten als met andere mensen. Allemaal keken ze nieuwsgierig naar wat er nou toch weer werd binnengebracht. De arts was echter helemaal anders dan ik had verwacht. Hij bleek uitermate professioneel en communicatief en was adequaat en handelingsgericht. Na tien minuten al bleek dat de Fransman een zuurstopopnamepercentage (heet dat zo?) had van 50 procent, gevaarlijk veel lager dan de gezonde marge die, aldus de arts, tussen 85 en 95 procent ligt. Snel werd door vakkundige verpleegkundigen een slangetje met zuurstof aan zijn neus gelegd en kreeg hij een infuus met glucose. Andere testen wezen niks bijzonders uit. Zuurstof en suikerwater deden vervaarlijk snel hun werk en de Fransman meende dat hij wel weer boven Jan was. De arts vertelde hem echter dat hij aan de dood ontsnapt was, adviseerde dringend om de komende weken niet meer naar hoogte te gaan, en gaf aan dat zijn situatie zo ernstig was dat dit kleine streekziekenhuis niet voldoende zorg kon leveren. Het advies was om nog deze dag per ambulance naar het provinciale ziekenhuis in Manali te gaan. De Fransman was echter voor geen enkel advies of rede vatbaar. Hij wilde hooguit een nachtje in het streekziekenhuis blijven en dan opnieuw zijn hoogtetocht door Ladakh hervatten. Hij trok op een zeker moment woedend infuusnaald uit zijn arm en zuurstof van zijn neus.

De man was solofietser, pas een week in India en 38 jaar: een leeftijd waarop je toch enig verstand en zelfinzicht zou mogen verwachten. En ook al kan een zekere mate van redeloosheid een verschijnsel van hoogteziekte zijn, het gedrag van deze man was bij voortduring zo extreem dat er voor de arts niets anders opzat dan het zeldzaam gebruikte formulier van ‘volledige eigen verantwoordelijkheid’ door deze patiënt te laten ondertekenen. Dat gebruikt men hier (en in Nederland misschien ook wel?!…) in de zeldzame gevallen dat een patiënt doktersadvies in de wind slaat en zichzelf moedwillig blootstelt aan levensgevaar.

Bert en ik vonden het tijd worden voor afscheid. Daarbij benadrukten we opnieuw dat de man er echt verstandig aan zou doen om doktersadvies ter harte te nemen, rust te nemen en de fietstocht te beëindigen. Hij leek het te verstaan, zoals hij overigens ook al eerder gedurende de 7 uur dat we bemoeienis met hem hadden gehad soms de indruk wekte onze adviezen te verstaan. We wensten de hem wijsheid toe en lieten hem verder over aan de arts en de verpleegkundigen. Ik hoop het beste voor hem.

Foto’s van het ziekenhuis op mijn facebookpagina.

Oja. Eergisteren was er in het programma van deze reis een ‘vrije dag’. Ik huurde een mountainbike en fietste van het hotel in Leh op 3.550 meter hoogte naar het 25 kilometer verder gelegen South Pullu, een uitkijkpunt op ongeveer 4.750 meter hoogte. Een experiment: nog nooit fietste ik op zo’n hoogte. Ik had een geweldig mooie tocht. Cola, thee en chips waren mijn beloning op het terrasje van het schamele café op deze grote hoogte. Vijf uren om boven te komen, een uurtje naar beneden. Verantwoord? Ja.
Namasté, groet van Henk

wp-1469882395473.jpg

​India5. Dak van de stilte

Net terug van vier dagen lopen in de Himalaya. Hoe kan ik daar in vredesnaam woorden aan geven? Overweldigend, grandioos, fantastisch? Ongenaakbaar, ontzagwekkend, majestueus? Nietig, sprakeloos, machtig? Miljoenen jaren, oneindige leegte, dak van de wereld? Alle woorden schieten tekort, natuurlijk. Bovendien ben ik net nog maar weer een beetje geland in de geciviliseerde wereld met hotels en internet en zo, na vier geweldige dagen waarin ik alleen maar stukjes hoefde te lopen door die wereld waar ik geen woorden voor heb. Catering en kampeerplaatsen voor onze groep werden supergoed verzorgd door Dadul en zijn zeven collega’s. All-inclusive- Himalayawandelingetjes eigenlijk, ’s morgens om 7 uur gewekt worden met een kopje thee en een teiltje warm waswater bij de tent, ’s morgens en ’s avonds supermaaltijden stipt op tijd in de eet-tent, lunchtrommeltje mee… ik hoefde alleen maar te genieten. Nouja, helemaal vanzelf gaat alles ook weer niet. Een medevakantievierder heeft door ziekte de reis moeten afbreken en is alweer in Nederland, en de meeste anderen hebben ook wel wat te doen gehad met ingewandsgedoe en/of hoogteziektekwesties. Zo’n ochtendkopje thee helpt dan een beetje voor het moreel, maar mijn kuurtje van drie dagen hoogteziekte-Diamox-pilletjes deed wel wonderen.
‘Dak van de wereld’ mijmerde ik onderweg nog een beetje over. Waarom niet van de ‘aarde’? Kun je de Himalaya zien als het dak van de wereld die de mensen als hun huis hebben gebouwd? En zijn de woeste rivieren die in deze bergen ontspringen dan de bron voor de vruchtbare aarde rondom het huis van India en China en nog wat landen? Voor vertrek heb ik op deze site een pagina ‘Himalaya’ gemaakt waar ik redeneer over de redenen dat bijna de helft van de wereldbevolking woont in landen die afhankelijk zijn van het water uit de Himalaya. Een deel van deze gedachten probeerde ik tijdens het lopen te toetsen bij wandelgids Dadul die uitstekend Engels spreekt, maar zijn antwoord bestond vooral uit de intrigerende tegenvraag hoe het toch mogelijk is dat mensen in Nederland beneden de zeespiegel kunnen wonen, en dat hij ooit zelf ook wel een zee zou willen zien.

Eén plaatje onderstaand. Op een pas, 3.800 meter hoogte. Meer foto’s op mijn facebookpagina.

Namaste, groet van Henk

​India4. De vrede en de majoor

Tevreden keek de jongeman om zich heen na het voltooien van tweehonderd meter hoogteverschil met de trap, en dus maakte ik hem het complimentje dat hij graag wilde hebben: “you’ve made it!”. Met een glimlach nam hij die woorden in ontvangst en liep door. De plek waar ik me bevond was het uitzichtterras bij de Shanti-Stupa bij Leh, een mooie wandeling vanaf het hotel in Leh waar ik me sinds een aantal dagen bevind. Een rijke Japanner heeft deze ‘Tempel van de vrede’ een aantal jaren geleden laten bouwen. Hij laat deze vredes-stupa’s verspreid over de wereld neerzetten om het Boeddhisme te bevorderen.
Even later kwam de jongeman weer terug om een praatje met mij te beginnen. Hij bleek te weten waar Nederland ligt, dat we dijken hebben, en dat Netherlands, Holland en Dutch allemaal ongeveer hetzelfde betekenen. Van mij wilde hij weten hoe de verhouding tussen die drie begrippen nou precies zat. Ik uitte mijn verbazing over zijn kennis, waarop hij verklaarde een bachelor in geschiedenis op zak te hebben. Het belangrijkste van het behalen van dat diploma bleek overigens te zijn dat hij er een goede baan in het leger mee had weten te verwerven: nu al de rang van majoor. En nu dus standplaats Leh. Voor defensiepersoneel is dit een onaangename bestemming vanwege de hoogte en de bittere winterkou. De stad zelf ligt al op 3500 meter hoogte, de meeste van de legerposten liggen nog veel hoger. Zijn volgende standplaats ligt qua hoogte en klimaat veel gunstiger, in midden-India. En daarom gaat hij in november trouwen en gaat zijn vrouw dan mee naar die nieuwe standplaats. Kortom, het leven lacht deze jongeman toe en dat is hem van harte gegund. We schudden handen, zijn voornaam is Abhi Jeet: de naam van een sterrenbeeld.

Ik had hier en daar al wat gelezen over de instabiliteit van deze Noord-Indiase deelstaat ‘Jammu en Kashmir’. Majoor Abhi Jeet bevestigde deze verhalen. Sinds de dekolonisatie en stichting van de staat India in 1947 is het al onrustig in deze deelstaat. Destijds wilden de koning en een belangrijk deel van de bevolking zich noch bij Pakistan, noch bij India aansluiten, maar wilden zij juist een kleine zelfstandige staat worden. Dat werd niet toegestaan vanwege het risico dat andere koninkrijkjes dan ook wel eens hun eigen gang zouden willen gaan. Het hele gebied werd deel van India, maar dat was niet naar de zin van Pakistan dat vond dat vooral het Islamitische deel van de provincie aan hen toebehoorde. Drie oorlogen werden er om de zeggenschap over dit gebied Kashmir gevoerd, waarvan de laatste in 1971. Kashmir is sindsdien onder Pakistaans bewind, India beschouwt dat als een illegale bezetting. Er is geen enkel uitzicht op een oplossing en dus kent deze regio al sinds 1947 spanningen en moet het Indiase leger de vrede zoveel mogelijk bewaren. Overigens is er geen probleem in Ladakh, waar ik nu ben. Dit is een deel van Jammu en is onbetwist gebied. Onlangs kwamen de spanningen in Kashmir weer eens tot een uitbarsting die zelfs de Nederlandse kranten haalde: de dood van een islamitische rebellenleider leidde tot ongeregeldheden en 22 doden, aldus de Volkskrant.

Het was zo’n gezellig gesprek dat Abhi Jeet graag mailadressen wilde uitwisselen, want dan kon ik hem vast wel tips geven voor de fietsreis die hij van plan was te ondernemen vanaf Amsterdam. Ik vermoed dat het plan te plekke bij hem ontsproot maar dat doet er natuurlijk niet toe. Met selfies bevestigden we het plezier van het gesprek.

Dat ik zo’n gesprek kon hebben en nu bovendien zin heb om dit verhaal hier op te typen, komt omdat ik me een stuk beter voel dan de afgelopen dagen. Ik ben er toch maar voor bezweken om de hoofdpijn en het algeheel fysiek onbehagen te bestrijden met het hoogteziektemiddel Diamox. Een half tabletje. Dat middel drijft vocht af dat zich op hoogte in overmaat in hersenen en longen ophoopt. Nou, dat pilletje is natuurlijk een symptoombestrijder en geen geneesmiddel, maar het werkt als een tierelier. Goed dat de reisorganisatie had geadviseerd om het vanuit Nederland mee te nemen.

Morgen (en niet gisteren al) start de vierdaagse trekking en heb ik geen internet. Daarna kom ik vast weer in de lucht.

Bijgaand alleen de foto met Abhi Jeet en een plaatje van deze regio (van wikipedia geplukt). Mooie sfeerfoto’s zet ik voortaan op Facebook omdat dat veel simpeler en minder tijdrovend is dan via WordPress op dit blog. Op mijn reizen in China kon ik Facebook niet inzetten, maar hier natuurlijk wel. Mijn Facebookpagina is openbaar dus je hoeft geen ‘vriend’ te zijn om die foto’s te bekijken als je dat zou willen (vriendschapsverzoeken welkom, overigens)

Namasté!

Groet van Henk

 

http://www.volkskrant.nl/buitenland/22-doden-in-kashmir-bij-protesten-na-dood-rebellenleider~a4337639/

 

wp-1469203203925.jpg

 

wp-1469203467224.jpg

 

India3. Himalaya 

Ik ben nu in Leh, een uur vliegen ten noorden van Delhi, in de Himalaya op 3500 meter hoogte. Weergaloos mooi landschap. Adembenemend ook, naast figuurlijk ook letterlijk trouwens. Het is even wennen aan het lagere zuurstofgehalte.

Helaas doet mijn Indiase simkaart het hier niet en is de hotelwifi een haperend druppelkraantje. En vanaf morgen zal ik een tijdje helemaal offline zijn: we gaan een trekking doen, met tentovernachtingen. Dit bericht nu zend ik uit een restaurant met wifi. En vanaf mijn smartphone, in plaats van tablet met toetsenbord. Kortom: na vandaag eventjes radiostilte van mijn kant.

Het contrast tussen de eerste dagen in Delhi en deze Himalaya is natuurlijk enorm. Delhi 25 mln. mensen, chaotisch, lelijk, meest vervuilde stad ter wereld, dynamisch en zinderend en hectisch. Waar ik nu ben is alles Zen. Het fietstochtje dat ik gisteren maakte, de kloosterwandeling van vanochtend (in mijn uppie), overal die ontzagwekkende bergtoppen om me heen. Daar word ik stil van. Na dit bericht bezoek ik een driedaags boeddhistisch festival. 

Bijgaand natuurlijk wat impressiefoto’s. De foto van de terraslunch van zojuist laat echt besneeuwde bergtoppen zien, en bovendien drie Vlamingen van mijn reisgezelschap, die ik tegenkwam na mijn ochtendwandeling. Ik heb hun toestemming om deze foto op het wereldnet te mogen zetten mits ik hen in mijn bericht zou duiden als ‘sympathiek’. Nou, bij deze dan ;>).

Namasté! Groet van Henk